Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/71

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

60

concurrenten te zijn, werkten voor de familiegemeenschap, zonder dat een ruilmiddel, of welke waardemeter ook, de meerdere of mindere ruilwaarde van hun arbeid aan het licht bracht, kon er geen economische overmacht bestaan. Of er in de oerperioden van het menschdom een physieke overmacht of heerschappij van den man bestond, is niet met zekerheid uit te maken. Wel doen de onderzoekingen van anthropologen en ethnologen, ten opzichte van zoovele thans nog levende wilde- en natuurvolken—waar de vrouw in een toestand van totale ondergeschiktheid verkeert—dit waarschijnlijk achten. In de cultuurlanden evenwel, waai het lichamelijk recht van den sterkste heeft uitgediend, is de heerschappij van den man, als direct uitvloeisel van het individueel bezit, een zuiver economisch verschijnsel, niet kunnende verdwijnen dan met datgene wat die heerschappij in het leven riep.

Zoo ook waren de verschillende graden van bloedverwantschap in de vroegste tijden - en zelfs nog onder de organisatie der moeder-gentes[1]—in hun huidige juridische beteekenis onbekend. Vaders en kinderen, broeders en zusters, neven en nichten en verdere verwanten vertegenwoordigen onder onze cultuur slechts de wettelijke erkenning van economische rechten en verhoudingen. Het gezin op monogamischen grondslag is niets anders dan een economische eenheid, welker geestelijke afschaduwing een ideale eenheid kan wezen, die echter algemeen als overbodig wordt

  1. Engels. "Der Ursprung der Familie enz..."