Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/78

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

67

onbegrijpelijk, belichaamt een natuurwet. Elk afzonderlijk klasse-bewustzijn vormt als het ware een afzonderlijken spiegel, waarin het gebeurde zich op geheel eigen wijze reflecteert. Dat juist vertegenwoordigt de weergalooze rijkdom van het geestelijk proces.

Om een eenvoudig voorbeeld aan het natuurleven te ontleenen: Gesteld dat diersoorten Darwin konden bestudeeren, zoo zouden die soorten, die in een strijd op leven en dood waren gewikkeld met nieuw opkomende en sterkere variëteiten—derhalve staande in het aanvangsstadium van hun teruggang—de theorie geheel anders opvatten en begrijpen dan genoemde variëteiten, welke zich met behulp van Darwin's theorie juist sterker bewust worden hun kracht en toekomstige zegepraal. Want dè drang tot zelfbehoud—dat allereerste artikel van de grondwet der Natuur—verloochent zich nimmer, ook niet in het ideëele. Inzonderheid in onze Christelijk-individualistische samenlevingen woedt die ideëele drang met bijna elementaire kracht. Tot het erkennen van waarheden, die eigen toekomstige klasse-ondergang beteekenen, heeft de natuur tot dusver nog geen geestelijke zintuigen aan hare schepselen gegeven. De uitzonderingen op dien regel bevestigen haar slechts, of wel behooren tot de boven vermelde geestelijke variëteiten. Enkele wijsgeerige en godsdienstige secten mogen in fanatisme, of in afzondering van het eigenlijke leven, naar verneinung of verloochening van de zelfheid streven, in de volle levende, woelende, strijdende menschenwereld heerscht vóór alles de drang tot zelfbehoud. Volgens dienzelfden natuurdrang of natuur-