Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/118

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

110

Gedachtig aan wat mij dien morgen gebeurd was, beloofde ik zijn raad op te volgen.

—"Heel goed," zeide hij, "dan zal ik den telefoon op acht uur zetten."

—"Wat meent u daar mee?" vroeg ik.

Hij legde mij uit dat door een uurwerk iemand zich door muziek kon laten wekken op elk uur.

Het scheen nu, en het is later gebleken het geval te zijn, dat ik mijn slapeloosheid met andere ongemakken van het leven, achter mij gelaten had in de negentiende eeuw, want ofschoon ik geen slaapdrank had ingenomen, viel ik, evenals den vorigen nacht, in slaap zoodra ik mijn hoofd had neêrgelegd.

"Ik droomde dat ik op den troon zat in de feesthal van het Alhambra, te midden van heeren en krijgers, die den volgenden dag de Halve Maan zouden volgen tegen de Christenhonden in Spanje. De lucht, afgekoeld door springende fonteinen, was beladen met den geur van bloemen. Een troep jonge meisjes van schoone vormen en lachende monden, dansten met weelderige gratie op de muziek van koperen en besnaarde instrumenten. Opziende naar de getraliede galerijen, zag men nu en dan een glinsterend oog van de sieraden des koninklijken harems, neêrblikkend op het verzameld puik van Moorsch edelvolk. Luider en luider klonken de cymbalen, wilder en wilder werd het lied, tot het bloed van het geslacht der woestijnen niet langer de krijgshaftige dronkenschap beteugelde en de donkere krijgslieden opsprongen en stonden; duizend kromme zwaarden sloegen bloot en de kreet "Allah il Allah!" schudde de hal en deed mij ontwaken, in het volle daglicht liggend en de kamer weerklonk van de opwekkende tonen van de "Turksche Réveille" ....