Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/186

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

178

voldoende is voor al de eischen van de verdeeling die in uw tijd een achtste gedeelte bezig hield en hen onttrok aan productieven arbeid."

—"Ik begin nu te merken," zeide ik, "waar gij uwe grootere welvaart vandaan hebt."

—"Met uw verlof," antwoordde Dr. Leete, "dat kunt gij nog nauwelijks. De bezuinigingen die ik nu heb genoemd, zouden misschien door den arbeid dien zij direct, en door het materiaal dat zij indirect uitsparen, de helft van de vroegere jaarlijksche productie vertegenwoordigen. Deze punten zijn evenwel de moeite van het opnoemen bijna niet waard, vergeleken bij andere geweldige verkwistingen die niet meer voorkomen, en die onvermijdelijk volgden uit het overlaten van de nationale voortbrenging in de handen van particulieren. Welke bezuinigingen uwe tijdgenooten ook hadden mogen invoeren in het verbruik van goederen, en hoe wonderbaarlijk de verbeteringen van de werktuigen ook zouden geworden zijn, zij zouden zich nooit uit hunne armoede hebben kunnen opheffen zoolang zij bij dat stelsel bleven volharden.

"Verslindender stelsel van menschelijk arbeidsvermogen had men niet kunnen bedenken, en in het belang van het menschelijk verstand moet men zich herinneren dat het stelsel nooit bedacht is geworden, maar eenvoudig een overblijfsel was uit onbeschaafde tijden, toen de ontstentenis van maatschappelijke organisatie elke soort van samenwerking onmogelijk maakte."

—"Ik geef gaarne toe," zeide ik, "dat ons systeem uit een zedelijk oogpunt zeer verkeerd moest heeten, maar als een zuiver weelde-voortbrengend werktuig, afgescheiden van moreele beoordeeling, scheen het ons toe bewonderenswaardig te zijn."