Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/236

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

228

gebrek en de zucht naar winst werden tot krachtelooze drijfveeren, toen overvloed aan allen verzekerd werd, en matelooze ophooping van goed voor niemand bereikbaar. Er waren noch bedelaars noch uitdeelers van aalmoezen. Wegens de rechtvaardigheid bleef de barmhartigheid zonder doel. De tien geboden schenen verouderd in een land waar geen verleiding tot diefstal bestond, geen gelegenheid tot liegen uit vrees of winstbejag, geen ruimte voor den nijd omdat allen gelijk waren, en weinig aanleiding tot geweld, want de menschen bezaten niet langer het vermogen om elkander kwaad te doen. De oude droom van vrijheid, gelijkheid en broederschap, zoovele eeuwen bespot, was ten laatste werkelijkheid geworden.

"Gelijk in de oude samenleving de edelmoedigen, de rechtvaardigen, de teerhartigen in een ongunstigen toestand raakten wegens de eigenschappen van hun hart, zoo bevonden zich in de nieuwe wereld de gevoelloozen, de hebzuchtigen, de onverzadelijken in strijd met de maatschappij. Nadat de omstandigheden van het leven voor de eerste maal ophielden te werken als een kweekplaats van de dierlijke neigingen van het menschdom, en de belooning, die voorheen op zelfzucht was gesteld, niet alleen afgeschaft werd maar voor opoffering werd uitgeloofd, werd het voor de eerste maal mogelijk te zien waartoe de onbedorven natuur der menschen in staat is. De kwade neigingen, die te voren de beteren hadden overschaduwd en verstikt, verwelkten nu als kelderzwammen in de open lucht, en de edeler eigenschappen toonden een plotselinge weelderigheid van bloei die twijfelaars omschiep in lofdichters en, ongezien schouwspel in de historie, de menschheid bewoog zich zelve beminnelijk te achten. Snel werd duidelijk gemaakt, wat de godgeleer-