Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/26

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

18

Een weinig gerustgesteld op dit punt, gelastte ik Sawyer mij den volgenden morgen om negen uur te roepen, en op het bed liggend in mijn kamerjapon en in eene gemakkelijke houding, gaf ik mij over aan de werking van de suggestie. Waarschijnlijk ten gevolge van mijn buitengewoon zenuwachtigen toestand, duurde het langer dan anders voor ik mijn bewustzijn verloor, maar ten slotte bekroop mij eene aangename slaperigheid.

 


 

HOOFDSTUK III.

 

 

—"Hij gaat zijn oogen open doen. Het is beter als hij maar een van ons tegelijk ziet."

—"Beloof mij dan, dat u hem niets zult zeggen."

De eerste was een mannenstem, de tweede van een vrouw; beiden fluisterden.

—"Ik zal zien hoe hij is," antwoordde de man.

—"Neen, neen, beloof mij het," hield de andere aan.

—"Geef haar haar zin," fluisterde een derde stem, ook een vrouw.

—"Nu, goed; ik beloof het," hernam de man. "Ga nu gauw heen, hij wordt wakker."

Er was een geruisch van kleeren en ik deed de oogen open. Een knap uitziende man van misschien zestig jaar, leunde over mij heen met een uitdrukking van groote zachtheid, vermengd met nieuwsgierigheid, op het gelaat. Hij was mij volkomen vreemd. Ik steunde op een arm en zag rond. De kamer was leeg. Ik was er zeker nooit te voren geweest, noch had er ooit zoo een gezien. Ik keek weer naar den man. Hij glimlachte.