Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/46

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

38

voelden dat de samenleving haar anker verloor en gevaar liep te stranden. Waar het zou stranden wist niemand, maar iedereen was bang voor de rotsen."

—"Evenwel," zeide Dr. Leete, "was de richting van den stroom toch duidelijk waarneembaar als gij maar de moeite had genomen van te kijken, en de richting was niet naar de rotsen maar naar een dieper vaarwater."

—"Dat het niet moeilijk is om het gebeurde te voorspellen, gevoel ik nu beter dan ooit. Maar wat ik zeggen kan is dat het vooruitzicht zoodanig was, toen ik mijn langen slaap begon, dat ik niet verwonderd zou geweest zijn indien ik vandaag neergezien had op een hoop gezengde en begroeide bouwvallen, in plaats van op deze machtige stad."

Dr. Leete luisterde zeer aandachtig naar mij en knikte peinzend toen ik uitgesproken was.

—"Wat gij daar zeidet," hernam hij, "zal beschouwd worden als een merkwaardige voldoening voor Storiot, wiens beschrijving van uw tijdvak algemeen overdreven werd gevonden in de schildering van de duisternis en de verwarring in de gemoederen der menschen.

"Dat een tijdvak van overgang, gelijk het uwe, vol opwinding en beweging zou zijn, kon men inderdaad verwachten, maar met het oog op de duidelijkheid van de strekking der beweging, zou men gelooven, dat hoop, meer dan vrees, de doorgaande stemming van de openbare meening zou geweest zijn."

—"U hebt mij nog niet verteld welke de oplossing van het raadsel was die gij gevonden hebt," zeide ik. "Ik ben begeerig te weten door welke stoornis in de natuurlijke gevolgen, de vrede en de voorspoed teweeggebracht zijn.