Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/85

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

77

gesteld; de andere, en misschien wel de machtigste waren begeerte naar macht, naar een positie in de maatschappij, en de roem van bekwaamheid en succes. Zoo ziet gij, dat, ofschoon wij armoede en vrees voor armoede hebben afgeschaft, en onmatige weelde met de zucht naar overdaad, wij geen inbreuk hebben gemaakt op die dieper liggende motieven, die in vroeger dagen den grondslag uitmaakten van de geldzucht, en tevens de inspanning van een hoogere orde inspireerden. Die grovere drijfveeren, die ons niet meer bewegen, zijn vervangen geworden door betere belangen dan die aan de loonslaven van uw tijd bekend waren. Nu arbeid niet meer is voor het individu, maar voor het geheele volk, bezielen vaderlandsliefde en eerzucht den arbeider, evenals vroeger den soldaat. Het leger van nijverheid is een leger inderdaad, niet alleen wegens de volmaakte organisatie, maar ook wegens de toewijding en de zelfopoffering van de leden.

"En evenals gij de vaderlandsliefde pleegdet aan te wakkeren door op het eergevoel te werken, handelen wij. Omdat ons arbeidsdoel berust op het beginsel van iedereen te vorderen dezelfde eenheid van inspanning, dat wil zeggen, het beste wat hij doen kan, zult gij begrijpen dat de middelen om de werklieden aan te sporen hun best te doen, een zeer belangrijk deel van het stelsel moeten uitmaken. Bij ons is naarstigheid in openbaren dienst de eenige en de zekere weg tot roem, maatschappelijke onderscheiding en ambtelijk gezag. De waarde van iemands diensten jegens de maatschappij bepaalt zijn rang in de maatschappij. Vergeleken bij de werking van ons systeem, dat de menschen dwingt om in het algemeen belang vlijtig te zijn, vinden wij de begeer-