Pagina:In de sneeuw.djvu/103

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
101

zeiden, als hij hun werd voorgesteld als de zoon van Daniel Jürges, den talentvollen D. uit de courant van de hoofdstad.

Hoe lang had hij niet gewacht, hoe had hij niet den hemel bestormd met gebeden om geduld, méer geduld, ten einde al die krenkingen te verdragen, en te leeren berusten in het feit: over het hoofd te worden gezien. Wat had het hem gepijnigd, zoo onbekend onder al die domme menschen te moeten verkeeren, die geen flauw begrip hadden van wat er in hem omging, en die zelfs zóo ver gingen, van hem — ter wille zijns vaders — in bescherming te nemen — h e m!

Slechts een paar leeraren, en zij die op Johannes hadden acht gegeven wanneer hij in de school zich inspande om No. 1 te worden, of aan de academie zich voorbereidde tot een examen, — slechts zij kenden zijn volhardingsvermogen. En Gabriëlle's neven bezwoeren „kris-en-kras,“ dat zijne hofmakerij gedurende dezen winter een meesterstuk was geweest van berekening en geduld.

Maar Johannes lachte veelbeteekenend, want hij wist, dat God sterk is in de zwakken, —