Pagina:In de sneeuw.djvu/122

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

120

vader niet aanroeren; dat oude gebouw heeft hem reeds veel ergernis gegeven. — Maar, zie nu hier" — en in de vreugde, thuis te zijn, stond hij halverwege op, — „zie eens, welk een tuin — en dáár, licht in de woonkamer en licht boven op de logeerkamer, — uwe kamer; — ziet het er in de woonkamer niet behaaglijk uit? — zie, dáar is vader!"

Boven op het bordes werd in de open deur, een hooge gestalte zichtbaar, en nadat Johannes Gabriëlle uit al het pelswerk, waarin ze was gehuld, had losgewikkeld, leidde hij haar de stoep op, en riep op overgelukkigen toon: „Vader, — hier is zij!"

De predikant nam haar in zijne armen, en sprak met zijne welluidende stem, waarvan de overeenkomst met die van Johannes haar trof:

„God zegene uwen ingang en uwen uitgang!"

Men bracht haar nu in de ruime gang, die door een hanglamp werd verlicht. Hier stelde Johannes, stralende van geluk, Gabriëlle aan zijne moeder voor, die haar een klein, bedeesd kusje op den mond gaf, waarna zij zich beijverde haar te helpen bij het ontdoen van mantel en hoed. De verlegenheid, die deze twee elkaar ge-