Pagina:In de sneeuw.djvu/186

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

184

hannes als vastklampen. Zij dacht nu aan hem, aan hunne kennismaking, en hoe zij geleerd had hem naar waarde te schatten, — hij, zoo degelijk en trouw tusschen al de vlinders, die haar steeds omfladderden.

Zij gevoelde grooten lust naar beneden te gaan, naast hem plaats te nemen, en met hem te spreken over alles wat haar gemoed vervulde.

Maar zoodra ze zich herinnerde, dat Johannes zich bij zijnen vader in diens studeerkamer bevond, bleven hare gedachten op den predikant gevestigd, en het werd haar duidelijk, dat zij met hem nimmer op goeden voet zou komen. Zij moest Johannes de oogen openen, hem het dwaze doen inzien van zijne bewondering voor den man, wiens meerderheid slechts schijn was.

Zij stak licht aan, en maakte toilet; toen ging ze neuriënd de trap af, als om zich zelve diets te maken, dat ze zich zeer kalm gevoelde, — niet driftig, — nog minder angstig.

Toch bracht zij bij haar binnentreden, als het ware, iets mee van den storm, die buiten loeide. En noch de blijdschap van Johannes, van haar terug te zien — zoo frisch en schoon; nòch de bijna overdreven vriendelijkheid van den predikant, kon-