Pagina:In de sneeuw.djvu/83

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

81

— zei ze lachend: "maar onder éen beding ; gij moogt geen dominé worden, — dàt moet ge mij beloven, — beloof mij dat!"

Dit is een punt, waarom zich sedert al mijne gedachten bewegen, en tot hetwelk ik me zelfs in dezen brief door een onweerstaanbare en pijnlijke macht voel gedreven. Wat zou ik doen? — of laat ik eerst u trachten duidelijk te maken, wat ik deed; want de indrukken waren in dat oogenblik zoo overweldigend, en het geschiedde in werkelijkheid alles zóo onvoorbereid, dat ik mij bijna niet bewust ben, wat ik zeide, welke woorden ik bezigde. Maar even goed als ik God tot getuige durf aanroepen, dat ik nooit — geen enkel oogenblik zelfs —in ernst er aan heb gedacht, om mijne roeping als eenvoudige trouwe, dienaar des Heeren te verzaken — even weinig durf ik ontkennen, dat de woorden, waarin ik mijne overstroomende gelukzaligheid over hare toestemming lucht gaf, haar kunnen voorkomen als de uitdrukking van volkomene bereidwilligheid om alles te doen wat zij begeert.

Dit nu is mijne zwakheid en zonde — beste vader! Ik weet wel, dat ik daarvoor, als voor alles, mij te verantwoorden heb bij den Vader