Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/18

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

10

groote vogelwieken; plotseling getuigt ook onze groep van leven. In minder dan geen tijd hebben de beide jagers de schuttershouding aangenomen, en slechts enkele seconden later knallen vier schoten, die heel wat weerstandsvermogen van onze gehoorvliezen vragen. Vijf zwanen drijven snel af, één valt er paffend op het water en drijft weldra met den helderwitten buik boven, omdat het lood dadelijk moordend geweest is. Eén zwaan beschrijft nog een paar kringen in de lucht, valt dan op een ijsveldje neer, waar ze nog een paar malen den kop verheft, en ook dan heeft ze haar zwanenzang gezongen, dien wij, jammer genoeg, niet konden hooren.

En als we het eerste lijk uit het nat hebben opgetrokken, dan doet het eenigszins weemoedig aan, de roode bloeddruppelen uit een borstwond over het reine, witte vederkleed te zien parelen, doch de jagers verheugen zich over het gelukkig schot en over den mooien buit. Aan de snavelkleuren, geel naar den wortel en zwart naar voren, in weinig scherpe afscheiding, kan men Cygnus cygnus L. of musicus herkennen. Ook de tweede zwaan behoort tot deze soort, maar het grijze kleed wijst er op, dat ze reeds in hare jeugd moest omkomen, verre van de plaats waar ze het levenslicht aanschouwde. De Wilde Zwaan, die ook Deen en Hoelzwaan genoemd wordt, is broedvogel van het Noorden van Europa en Azië.

Wanneer we meermalen mede ter zwanenjacht gingen, zouden we kennis kunnen maken met nog twee zwaansoorten, die ook alleen als wintergasten bij ons vertoeven. 't Zijn de kleinere Cygnus bewicki (Yarr.), die in klein aantal voorkomt en meer zwart en minder geel in