Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/37

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


 

DE WITKUIF-KAKATOE.

CACATUA CRISTATA.


Men verdeelt de Kakatoes in twee hoofdafdeelingen, namelijk, in de soorten met eene naar boven gekromde, en in die met eene nederwaarts gebogen kuif.

De Witkuif-Kakatoe heeft, van alle bekende soorten, naar evenredigheid, de grootste kuif. Zij is ook de eenige betrekkelijk witte soort; wij zeggen: betrekkelijk witte, omdat er eigenlijk geene geheel witte Kakatoes bestaan, ofschoon zij op het eerste gezigt zoo schijnen: altoos immers zijn de binnen-, of liever, de onderzijde der vleugel- en staartpennen gedeeltelijk citroengeel.

Ofschoon minder algemeen dan de Geelkuif-Kakatoes, wordt de hier afgebeelde soort toch bij vogelliefhebbers en in diergaarden nog al talrijk aangetroffen. De blanke bevolking van Oost-Indië is meer dan wij in de gelegenheid, deze vogels te verkrijgen; zij worden dan ook, in gevangen staat, het meest in de Oost-Indische woningen, vooral op Java, gevonden.

De witgekuifde soort bewoont Ternate en de nabijgelegen kleine eilanden. Volgens Bernstein vindt men haar in Ternate, Halmaheira, Tidore en Batjan; volgens A. R. Wallace bewoont zij Gilolo, Batjan en Ternate.

Wat hare levenswijze in de gevangenschap aangaat, kan men haar het best met de Groote Geelkuif (C. galerita) vergelijken. Beide soorten hebben in hare geaardheid veel overeenkomst, vooral in de wijze van hangen, klauteren, alsook in haar stemgeluid. Ofschoon over 't algemeen de verschillende soorten van Kakatoes onderling veel overeenkomst hebben, bieden zij toch bijna allen, voor een goed opmerker, iets zelfstandigs in hare eigenschappen aan. Zoo b.v. heeft de soort met gele wangen (C. sulphurea), meer dan de anderen, de gewoonte, geruimen tijd het ligchaam heen en weer te schommelen, zonder van plaats te veranderen. De Groote Geelkuif is bedaarder en rigt, even als de Witkuif, dikwijls