Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/377

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

DE LACHDUIF.

COLUMBA RISORIA.


Weinig vogels zijn zoo algemeen bekend, als de Lachduif. Men vindt haar dan ook menigvuldig onder de vogelliefhebbers verspreid, en zelfs velen, die te naauwernood als vogelliefhebbers mogen aangemerkt worden, houden er toch hunne Tortelduif, gelijk zij haar noemen, op na. De naam Lachduif is ontstaan doordien deze soort dikwijls een lagchend geluid laat hooren; doch men noemt haar ook Tortelduif, omdat zij in vorm het meest met de eigenlijke of Wilde Tortelduif (Columba turtur) overeenkomt, waarom men haar ook dikwijls den naam Tamme Tortel geeft, in tegenstelling van de Europesche soort, Wilde Tortel genaamd.

Het vaderland van de hier afgebeelde soort is Egypte, Abyssinië en West-Azië tot Ceylon. Zij is ook in Palestina zeer gemeen, alwaar zij ook broeit, doch van waar zij na den broeitijd meer zuidwaarts trekt, om te overwinteren.

In den vrijen staat leven deze Duiven gepaard, en somtijds in troepen vereenigd; gedurende den broeitijd echter blijft ieder paar afzonderlijk, en zoowel Doffer als Duif zorgt voor den nestbouw en de broeijing. Het nest, uit doode takjes vervaardigd, wordt op boomstammen of tusschen takken geplaatst. Elk broeisel bestaat steeds uit twee eijeren, welke in dertien dagen worden uitgebroeid. Zij houden zich meestal in het lage hout nabij maïsvelden op, of in kleine boschjes op de bergen.

In de gevangenschap telen zij zeer goed voort, en eenmaal gepaarde voorwerpen kunnen achtereenvolgens vijftien jaren lang iederen zomer (uit twee broeisels) vier jongen voortbrengen.

De Doffer heeft volmaakt dezelfde kleuren als de Duif. Men kan ze dan ook op het eerste gezigt niet van elkander onderscheiden; en zelfs al heeft men dezelfde voorwerpen reeds jaren lang in zijn bezit, dan nog is het zeer moeijelijk, aan