Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/385

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


(Astur palumbarius), die haar onverwacht op 't lijf valt en hare jongen steelt.

Deze Duiven voeden zich met allerlei zaden, jonge peulvruchten en granen. Zij zoeken hun voedsel meestal op den grond. In de kooi nemen zij gaarne hennepzaad, boekweit en gierst; grootere zaden of erwten alleen dàn, wanneer ze nog niet gedroogd zijn.

In de gevangenschap kunnen zij wel leven, mits zij jong gevangen worden; zij telen dan echter zelden voort en paren ook nimmer met andere tamme Duivensoorten.

Voor den jager heeft haar vleesch veel aanlokkelijks, vooral in het najaar, wanneer zij vet zijn en in hoeveelheid met een Taling gelijkstaan. Des winters of in het voorjaar daarentegen is hun vleesch min of meer droog en moeijelijk verteerbaar.