Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/393

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


Het best houdt men deze Duiven in tuinen, die nabij weiland gelegen zijn. Men kan ze in alle tillen houden, mits deze droog en op den grond van zand voorzien zijn. De tillen mogen niet te veel aan den invloed van den Noorden- of Oostenwind blootgesteld zijn, en de ingang dient steeds naar het Zuiden of Zuidwesten gerigt te wezen. De grootte der tillen hangt natuurlijk af van het getal Duiven, dat er in gehouden wordt; in elk geval echter mogen zij niet te eng zijn, en het beste is, voor ieder paar Duiven eene eigen woning in te rigten met een mandje of houten bakje in een der hoeken, om er het nest in te maken. Ten einde de Duiven rustig te laten broeijen, dient men dit mandje of bakje in een der hoeken aan de ingangszijde te plaatsen, zoodat de Duiven niet buiten de til kunnen zien of gezien kunnen worden. De bouwstoffen voor het nest worden door de vogels zelven opgezocht; het is echter zeer raadzaam, eenige takjes heide in den omtrek van de tillen te strooijen.