Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/451

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

HET PARELHOEN.

NUMIDA MELEAGRIS.

Het geslacht Numida bevat een gering aantal soorten, welke onderling veel overeenkomst in kleur hebben en in Afrika te huis behooren. Zij hebben een zeer karakteristieken vorm en staan nagenoeg tusschen de Paauwen en de Hoenders in. Het eigenlijke vaderland van het gewone Parelhoen is de Westkust van Afrika. In verschillende streken van Amerika leeft het in het wild, en hierdoor is bij sommigen de meening ontstaan, dat het oorspronkelijk een Amerikaansche vogel zou zijn. In vele landen van Europa leeft het in tammen staat en zou ook daar al zeer spoedig verwilderen, indien men het aan zijn lot overliet, hetgeen in sommige landen van West-Europa werkelijk het geval is, zoodat men het daar als in den natuurstaat aantreft. Het is zeer waarschijnlijk dat de Parelhoenders reeds bij de oude Grieken en Romeinen als huisvogels bekend waren, aangezien Aristoteles, Clytus, Plinius, Varro en Columella er reeds gewag van maakten. Men treft ze ook, verwildert, in Indië aan.

In Frankrijk noemt men ze Poules pintades, onder welken naam zij ook bij ons het meest bekend zijn. In Engeland heeten zij Guinea fowls; in Duitschland, Perlhuhn; in Italië, Gallina di Numidia; in Spanje, Pintado; in Portugal, Gallinha de Guinea. De Spanjaarden in Amerika noemen ze Pintados; de Portugezen aan de Westkust van Afrika, Gallinha brava of Gallinha de matto.

De Parelhoenders houden zich bij voorkeur in bergachtige streken op; zij loopen gaarne over vlakke, kale steenen; zij zijn schuw en verbergen zich bij het minste gevaar tusschen naden en kloven of in muren; zij vliegen zelden en slechts geringe afstanden; daarentegen loopen zij snel.

Het mannetje (de Haan) draagt hetzelfde vederkleed als de Hen, maar is zeer gemakkelijk te onderscheiden aan zijn schel stemgeluid, daar de Hennen