Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/477

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


kuiflooze Hoenders kunnen nooit voor Poolsche doorgaan; want het kenteeken vertoont zich bij hen zoo gebrekkig, dat niemand er zich in kan vergissen. De Haan nu is steeds zwart, met glanzige veeren, die een groenen en soms, naarmate er het licht op valt, een violetten metaalglans hebben; de kuifveêren zijn zuiver glanzend wit, de naakte wangen en baarden donkerrood, de bek en de pooten donkergrijs en de iris geelbruin. De bek is iets meer naar beneden gebogen en langer dan bij andere Hoenderrassen. Het ligchaam is breed, krachtig en zwaar, en een volwassen Haan weegt 2 a 2½ kilo. Hij is even groot als de Goudpelshaan, maar iets zwaarder.

De Hennen zijn minder glanzig zwart, en hebben, gelijk wij hiervoren aanmerkten, eene uit rondere veeren bestaande kuif. Bij haar schijnt die kuif nog breeder, en zijn zelden de oogen zigtbaar, hetgeen door het meer breede en minder bewegelijke harer veeren veroorzaakt wordt, terwijl deze bij den Haan langer zijn en daardoor heên en weder kunnen slingeren, zoodat hij, ook doordien zijne veeren zoo veel smaller zijn, er veel beter tusschen door kan zien. De naakte deelen aan haar kop en hare pooten hebben dezelfde kleur als bij den Haan; daarentegen is haar snavel iets lichter van kleur, maar ook omlaag gebogen, terwijl hare iris meer naar het bruine trekt.

Bij de pas uitgekomen kuikens ontbreekt de kuif, maar is reeds de verhevenheid van den schedel duidelijk zigtbaar, en daaraan kan men dan reeds spoedig bemerken, welke later de fraaiste kuiven zullen krijgen; want hoe meer ontwikkeld die verhevenheid is, des te langer en voller worden de veêren op den bovenkop.

De Hen is eene goede broeister, en men kan haar dan ook het uitbroeijen zeer wel toevertrouwen. Toch is het voordeeliger, de eijeren onder andere Kippen te leggen, aangezien men dan een grooter aantal eijeren van de moeder-Hen (de Kloek) verkrijgt. Sommige liefhebbers beweren, dat de Hen slecht broeit, maar daarentegen zeer veel eijeren legt. Het is daarom nog niet bewezen, dat het eerste, als eene slechte eigenschap, voor het ras in het algemeen geldt; trouwens iedereen weet, dat de hoedanigheid van voeder en localiteit veel invloed op het eijerleggen uitoefent, en dat Kippen, die eenmaal aan het leggen geraakt zijn, niet op eens kunnen ophouden, en dus ook niet drie weken achtereen rustig kunnen blijven zitten.

De eijeren zijn tamelijk groot en meestal puik van smaak. De kuikens ontwikkelen spoedig, wanneer voor hunne opvoeding behoorlijk zorg wordt gedragen.