Pagina:Keulemans Onze vogels 2 (1873).djvu/105

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


leeftijd, dan wel op de sekse betrekking heelt, want bij jonge mannetjes, zijn even als bij het oude wijfje, meeslal slechts 5 à 6 vleugelpennen aan den wortel uit.

In den vrijen staat broeijen de Spotlijsters in lommerrijke boomen of in heesters, soms digt bij menschelijke woningen. Hun nest is tamelijk groot; het wordt uit dunne takjes, hechtdraden van klimplanten, droog gras en insectenweefsels zaamgesteld en van binnen met dunne, zachte, haarachtige plantenvezels en worteltjes belegd. De eijeren zijn vrij rond, licht groenblaauw met donkerbruine vlekjes. De broeitijd dezer vogels begint in de Noordelijke Staten in Mei, in de Zuidelijke reeds tegen 't einde van Maart of 't begin van April. Gewoonlijk broeijen zij tweemaal, in de Zuidelijke Staten zelfs driemaal 's jaars. Het eerste broeisel bevat in den regel 5 à 6, het tweede 4 à 5, het derde zelden meer dan 3 eijeren, die door beide ouden worden bebroeid. Sommigen beweren, dat het mannetje zingt terwijl hij op de eijeren zit; anderen daarentegen, dat hij zich wel nabij of op den rand van het nest plaatst, maar nooit op de eijeren zelve zit. Tegenover laatstbedoelde bewering staat echter het feit, dat men broeivlekken bij het mannetje heeft waargenomen. De ouden vliegen met hunne jongen in den omtrek der broeiplaats rond, totdat de eijeren voor eene volgende generatie gelegd zijn. Tot in het najaar echter blijven al de jongen in dezelfde localiteit bijeen, zoodat men na den paartijd steeds een aantal van 10 à 14 jongen in ééne en dezelfde streek kan aantreffen. Het zijn waarschijnlijk zulke hoopjes, die door de vogelaars gevangen en naar Europa gezonden worden; althans bij de meeste dier voorwerpen vertoont zich, nog weken na hunne overkomst, het jeugdig vederkleed, dat meer gevlekt en gespikkeld is, dan dat der ouden.

De voorwerpen, die in de Noordelijke Staten broeijen, verhuizen in den winter en trekken Zuidelijk tot Mexico. In het Noordelijk gedeelte van Zuid-Amerika leeft eene grootere roestkleurige soort, die minder krachtigen zang heeft, en zeiden in kooijen wordt aangetroffen.