Pagina:Keulemans Onze vogels 2 (1873).djvu/395

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

wel geen vrees aan (zoolang ik in de boot zat, namelijk), doch viel mij niettemin lastig; ik roeide echter voort, altoos door het mannetje vervolgd. Toen ik nabij het nest gekomen was, kwam ook de moeder opzetten met hevig gebaar, even hard sissende en met den vleugel slaande. Het water spatte als regen rondom de boot, en het ouderenpaar maakte een zoo vreeselijk rumoer, dat alle kans, om eijeren of jongen weg te nemen, verloren scheen. Het bragt mij geheel in verwarring, en zeker zouden zij tot gewelddadigheden zijn overgegaan, ware ik niet teruggetrokken. De vrees voor de ruwe landlieden uit die buurt woog echter bij mij nog meer dan die voor de Zwanen, en ik nam mij dan ook voor, het een volgenden keer nogmaals te beproeven; doch mijn bezoek was reeds spoedig in de buurt bekend geworden, zoodat ook de tweede poging te gevaarlijk scheen. Den volgenden ochtend begaf ik mij echter weder derwaarts, doch bleef nu aan wal. Vijf jonge Zwaantjes zwommen digt bij het nest rondom de moeder, zoo levendig en vrolijk, dat het mij werkelijk speet, hun goedsmoeds zooveel last te hebben berokkend. Deze Zwanen hadden geen eigenaar, en de jongen werden later toch door anderen gevangen en verkocht.

Doch keeren wij na deze uitweiding tot de beschrijving van onzen vogel terug. De Zwaan bouwt haar nest van neêrgetrapte biezen aan den waterkant. Het is vrij groot en bevat vijf à zeven grijsachtig groene eijeren, welke in vijf weken worden uitgebroeid. De jonge Zwanen zijn in hun dons- en eerste vederkleed graauw en krijgen eerst langzamerhand door ruijing de witte kleur der ouden.

In tammen staat broeit de Zwaan geregeld elken zomer, soms zeer vroeg in het jaar.

Het voedsel der Zwanen bestaat in allerlei kleine waterplanten, alsmede in slakken en groote waterinsecten, welke zij van den grond opbaggeren. Haar lange nek vergoedt ten deele hare ongeschiktheid tot duiken, terwijl haar snavel allergunstigst is ingerigt, om vast te houden en af te rukken. Door de ruwe, of liever tandachtige binnenzijde van den snavel kan de Zwaan de uitgezochte voorwerpen vasthouden, terwijl het overtollige water aan weerszijden van den bek wegloopt; ook hare vleezige tong is min of meer (volgens sommigen een zeer belangrijk) tastwerktuig. Zij eten ook verschillende granen, salade en brood. Suiker daarentegen werkt zeer nadeelig op hunne verteringsorganen.

Ten slotte dient nog op eene der voornaamste merkwaardigheden van dezen vogel gewezen te worden, namelijk op den hoogen ouderdom, dien hij bereiken