Pagina:Keulemans Onze vogels 3 (1876).djvu/238

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


zwarte'veêren krijgt. Als men ze echter eenige jaren in hetzelfde vertrek of in een gelijken atmospheer gehouden heeft, geschiedt dit geregelder.

Zij eten allerlei zaden en jong groen, en ook gaarne meelwormen. Voor 't overige hebben zij, behalve de kleuren van het mannetje, weinig aanbevelenswaardigs. Zij worden zelden geheel mak, sjirpen al niet mooijer dan eene Musch, en brengen geen anderen zang voort, dan een zacht, klagend geslijp.