Pagina:Keulemans Onze vogels 3 (1876).djvu/308

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


tooneelen die ik ooit heb bijgewoond was dat wat de Zweden een „orrlek" noemen, een zamenkomst van Korhoenen gedurende den paartijd, wanneer de mannetjes vechten om het bezit van de wijfjes. De plaats die voor de „lek" gekozen wordt, is gewoonlijk een open plek in een bosch, of een moeras dat met boomen omgeven is, waar de vertooning vóór het aanbreken van den dag begint. Een van de beste leks die ik ooit zag was niet ver van Wyborg. Een jonge Rus vertelde mij dat hij de „lek"plaats wist en stelde mij voor er heen te gaan. Een vol uur voor zonsopgang waren we reeds op weg en nog voor de eerste zonnestralen boven de kimmen waren, was ik verscholen in een kleine hut van takken, midden in een opene plek, mijn togtgenoot even zoo in een andere. Reeds lang waren er eenige Korhoenders in de hooge boomen nabij de plaats; en na een korten tijd kwam een prachtige volwassen haan nabij mijne hut en begon terstond heen en weêr te stappen. Trotsch loopende, de vleugels uitstrekkende, de staart als een waaijer uitspreidende, en terwijl hij met uitgestrekte hals bijzondere en buitengewone geluiden maakte, geleek hij veel op een jongen Kalkoensche haan. Deze geluiden worden koeren en blazen genoemd. Ieder oogenblik sprong de vogel op en gedurende de „lek" zag ik meermalen een der vogels een soort van salto mortale maken. Het boven vermelde mannetje was er nog niet lang geweest of meerdere kwamen uit de boomen op den grond, totdat ongeveer een half dozijn, die alle dezelfde kunsten maakten, bij elkaâr waren. De eerste twee, die elkaar ontmoetten vielen terstond aan; en een hevigen strijd begon, waarbij de vogels op elkaar aanvlogen als volbloed vechthanen. Ik had gehoopt een koningsslag te zien, zooals ik geloof dat meerdere malen plaats heeft, maar noch bij deze gelegenheid noch bij eenige andere zag ik meer dan drie stuks met elkaar vechten, en dit gaf een soort van driehoekig duël, waarbij ze elkaar met den bek en de pooten duchtig havenden zoodat de veeren er om heenvlogen. Terwijl de mannetjes dus bezig waren, kwamen de hennen, die zich niet terstond vertoonden, naderbij de plaats van den strijd en schenen hun ongeduld te toonen om den overwinnaar te verwelkomen; want hoe meer de „lek" vorderde, zoo veel te digter kwamen zij bij de strijdenden, ontwijfelbaar belust om hun deel in de voorstelling te geven. Mr. Collett, die in Noorwegen en andere deelen van Skandinavië meer „leks" bijwoonde dan ik, deelt mij mede dat de oudste en sterkste hanen het bal openen, hetgeen wel waarschijnlijk is met het oog op de hevige gevechten die voorvallen. Het lokgeluid is helder en luid en kan in de zuivere atmospheer van