Pagina:Keulemans Onze vogels 3 (1876).djvu/341

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


11 en daarna nog eens 12) eijeren beroofd, welke alle door eene gewone Eend werden uitgebroeid, en waarvan nu de jongen, op twee of drie na, in een grooten vijver zwemmen. Natuurlijk worden dergelijke halftamme voorwerpen, zoodra zij'veêren en pennen krijgen, geleêwiekt (dat is, hun de vier eerste groote penpen van een of beide vleugels afgeknipt).

De Engelsche wildhandelaars en gastronomen geven aan Hollandsche Slobeenden boven allen de voorkeur. Vroeger werden er uit Zuid- en Noord-Holland vele aan de Leadenhall market te Londen aangebragt, doch, naar ik aldaar onlangs vernam, wordt, de bezending dezer Eenden telken jare minder, en laat men ze nu uit Zweden aanvoeren, die echter onder den naam van Dutch Scovelers worden verkocht. Het vleesch van eenjarige jongen overtreft dan ook dat van alle andere Eenden; en ofschoon de Slobeend, wat het gewigt betreft, voor vele andere soorten moet onderdoen, behaalt zij, zelfs op onze markten, een even hoogen prijs. De jagers noemen ze eenvoudig Slobbers en verkoopen ze meestal geplukt, misschien wel opdat zij door de zachte en heldere vleeschkleurige tint van haar huid er smakelijker zouden uitzien.

In den vijver is de Slobeend mede een zeer fraaije vogel. Al heeft de Waard een wat grooten kop (waarom hij door sommigen met den bijnaam „duikelaar" wordt bestempeld), het blijft niettemin een fraai gekleurde vogel, die reeds te herkennen is op een afstand, waarop andere Eenden er allen eveneens uitzien. Zijne witte borst doet hem bijzonder uitkomen; en als hij zich in het water opheft en de vleugels droog schudt, dan vooral vertoonen zich al zijne kleuren in hare volle pracht.

De Slobeend duikt nimmer, doch zoekt haar voedsel, dat uit planten en kleine weekdieren bestaat, langs den waterkant. Visch eet zij alleen als de nood haar dwingt, doch vischkuit en landslakken, namelijk die zonder huisje, zijn voor haar eene lekkernij.

Voor een paar levende voorwerpen wordt van 3 tot 8 gulden, voor in het najaar en in den winter geschotene 75 à 90 cents per stuk betaald. Op de Londensche markt brengen zij nooit minder dan 3 shillings op, en omstreeks Kersmis zelden beneden de 5 shillings per stuk.