Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/55

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

31

het meer rijst het gebergte steil op, soms nauwelijks ruimte latend voor rij- en spoorweg. Alleen ten Z. vindt men eene ruime vlakte, waarvan Solok het middelpunt is, en die een drooggeworden stuk meerbodem schijnt.

Men heeft hier met eene geologisch zeer merkwaardige inzinking van een deel der aardkorst te doen, een „Grabensenkung" of „gezonken massief", waarvan wij meer voorbeelden zullen ontmoeten. Het laagste deel wordt ingenomen door het meer van Singkarak, 21 K.M. lang en 7,7 K.M. breed, 112 K.M2 groot, in het Z. 180, in het N. 260 M. diep. In het Z. stroomt de Lembang of rivier van Solok er in, welke de afvloeiing vormt van het Danau di Baroeh of Benedenmeer.


De Oembilin.

Aan den N.O. oever, bij de halte Oembilin heeft de afwatering van het meer plaats door de rivier Oembilin in schoone, schilderachtige omgeving. De rivierbedding is hier zeer ondiep en vol groote rotsblokken.

Gewoonlijk beschouwt men de Oembilin als de hoofdrivier, die in zijn middelloop Kwantan, en in zijn benedenloop Indragiri heet.

De Inlander echter noemt de Si Namar de hoofdrivier, en niet ten onrechte, want die is tweemaal zoo lang (100 K.M.) en voert het meeste water af van het plateau van Agam en van de vlakten der L Kota en Tanah Datar.

De Oembilin stroomt dwars door de kolenvelden van Sawah Loento, die men per trein bereikt. Van Solok af wringt de spoorweg zich door het nauwe, woeste dal van Siloengkang en door den 828 M. langen tunnel, waarna men zich opeens in het drukke mijnstadje bevindt, dat nu ook de plaats van Fort van der Capellen heeft ingenomen als hoofdplaats der afdeeling Tanah Datar.

Een bekend punt is, iets verderop, Doerian Gedang, een eindpunt voor prauwvaart op de rivier. Boven deze negeri is eene stroomversnelling, die alleen kleinere vaartuigen, en dan nog met vrij veel gevaar, toelaat de rivier hoogerop te bevaren. Het is hier, dat de mijningenieur De Greve, de ontdekker van het Oembilin-kolenbekken, ook in andere opzichten een man van groote verdiensten voor