Naar inhoud springen

Pagina:Lootens, Chants populaires flamands (1879).pdf/250

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

232

Récitatif.

Jan Bap-tist-te. Suiker in de kis-te,
vleesch in den pot. Jan Bap-tist' is een groo-te zot.
't Was op een nieuwjaar-avond,
De bakker sloeg zijn wijf,
Al met een heetc pale,
Zoo deerlijk op haar lijf.
Wat zoun wij den bakker geven
Al voor zijn nieuwejaar?
Een kindetjen in de wiege
Met schoon gekreukeld haar.
Hoe zoun wij dat kindetjen heeten?
Jan Baptiste.
Suiker in de kiste,
Vleesch in den pot.
Jan Baptist' is een groote zot.

Voir Rond den Heerd, 1e année, p. 40; 2e année, p. 35; 11e année, p. 66; Wodana, p. 193, N° 18. Dans HOFFMANN VON FALLERSLEBEN, H.B. XI, N° 22, le 10e couplet, et N° 129, le 6e couplet, sont à peu près identiques aux vers 5 à 8 de notre texte. Dans une chanson rapportée par FIRMINICH, I, p. 55, le boulanger du Holstein, se sert aussi de la pelle pour battre sa femme.



CXL. PAPEGAAI, HOE LAAT IS HET?


Ronda.
Pa-pe-gaai, hoe laat is 't al?
Tien en half de klok op uw balg.