Pagina:Multatuli - Minnebrieven.djvu/57

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


jagt, de wereld in, ten huwelijk,... overal heen. Maar hij verbood het weten, het begrij pen en het begeeren aan Thugater, die in onnozelheid bleef voortmelken ten einde toe.

En dat bleef alzoo tot op dezen dag.

Negende geschiedenis van gezag.

Ha ss a n verkocht dadels in de straten van Damas- kus. Als ik zeg dat hij die verkocht, bedoel ik eigenlijk dat hij ze niet verkocht, want zijne dadels waren zoo klein, dat niemand die koopcn wilde.

Met verdriet en afgunst zag hij hoe ieder den rijken Aöuled begunstigde, die naast hem woonde op eene mat. Want zij woonden op matten, in Damaskus, met zeer hooge verdieping, omdat zij geen dak boven zich hadden. De rijkdom van Aöuled bestond dan ook niet in huizen, maar in een tuin die zeer vruchtbaar, was, ja zóó vruchtbaar, dat de dadels die er groeiden zoo groot waren als drie gewone dadels. En daarom kochten de voorbijgangers de dadels van Aöuled, en niet van Hassan. *

Daar kwam in de stad een Derwisch die wijsheid te veel had, en te weinig voedsel; altans hij ruilde zijne kennis voor spijze, en men zal zien hoe onze Hassan wélvoer bij dien ruil.

— Geef mij te eten, vraagde hem de Derwisch, dan zal ik doen wat geen Khalif voor u doen kan. Ik zal het volk dwingen uwe dadels te koopen, door die groot te maken, ja, grooter dan de vruchten van Aöuled... Hoe groot zijn die?

— Helaas, Derwisch van Allah gezonden,— ik kus uwe voeten, — de dadels van Aöuled — Allah geef