Pagina:Noodlot.djvu/94

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

93

als zij hem in het nauw dreef. Zoo bleef ze hem zien. Geen oogenblik kwam eenig vermoeden bij haar op, dat zij eene vlieg was, die in de ruiten van eene spinneweb rondspartelde. En Bertie zelf zag na deze scène niet duidelijk meer in, dat hij alles deed: dat hij het eerste venijn van twijfel in haar vertrouwen had gegoten, dat hij de scène aan den uitgang van het Lyceum had geleid, dat hij Eve dwong den weg uit te gaan, dien hij wilde. Een floers kwam over de helderheid zijner gedachte, als eene verweêring over een spiegel; de crisis zijner hersenhelderheid ging voorbij; het was alles het werk der omstandigheden, dacht hij: een mensch kon dat alles niet gedaan hebben uit vrijen wil... Want, wat ging alles gemakkelijk, eenvoudig van een leien dakje! Dat was, omdat het Lot het zoo wilde en hem bevoordeelde; hijzelf was er onschuldig aan...

En dit was geen zelfbedrog: hij meende dat alles.

Den avond van dit laatste gesprek, zeer laat, zocht Eve haren vader op, die in zijn kabinet zat te lezen, in zijne heraldische boeken. Hij meende, dat zij hem een nachtzoen kwam geven, als naar gewoonte, maar zij zette zich voor hem neêr, stijfrecht, met een gelaat als van eene somnambule.

— Ik moet u spreken, vader...

Hij zag haar verbaasd aan: in zijne olympische rust van genealogische studie, in zijn kalm, emotieloos bestaan van een gezond, oud man, die zich tusschen zijne boeken een aangenamen ouderdom wist te scheppen, had hij niet bespeurd, dat er om hem heen, tusschen drie mensen, die hij iederen dag te zamen zag, een drama werd