Pagina:Plantenschat - inleiding tot de kennis der flora van Nederland (1898).djvu/88

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 39 —


Koekoeksbloem.—Lychnis flos cuculi.

Wie begint te botaniseeren en zich toelegt op de kennis onzer in 't wild groeiende planten, komt stellig al heel gauw in aanraking met deze rose lychnisbloemen, want zij komen van Mei tot einde Juli in groot aantal op onze weiden voor en zij versmaden noch de grasranden in onze tuinen en langs onze wegen, noch de slootkanten en grazige rivieroevers. Elk van de vijf mooie hoog-rose, fijne blaadjes der choripetale bloemkroon heeft vier slippen, twee grootere in 't midden en twee kleinere aan den kant en bovendien vertoont ieder kroonblaadje aan den nagel twee fijne witte tongetjes en elke bloemsteel is een schutblad rijk, dat van boven min of meer vliezig is.

In bijschermen staan de tweeslachtige bloemen bijeen, elke bloem sierlijk op den buikigen kelk met zijn tien ribben en vijf puntige tanden gedragen, met wijd uitstaande kroonslippen, waartusschen de meeldraden hun donkergrijze helmknoppen vertoonen. De tien meeldraden rijpen niet alle tegelijk, de vijf kortere doen het later dan de vijf langere. Zij scheiden den honig af door de nectariën, die een ring beneden in het bloempje vormen. De vrucht, die bij rijpheid zeer gevoelig voor vocht is en die in drogen toestand zich sluit bij bevochtiging met water, springt bij deze lychnis met vijf tanden open, terwijl ze het bij Lychnis diurna en Lychnis vespertina met tien tanden doet. Met Agrostemma deelt Lychnis de onder de familie der Caryophylleeën anders niet voorkomende bijzonderheid, dat de stamper vijf witte stijlen heeft en niet twee of drie.

De tegenovergestelde zittende lange smalle bladeren zijn niet talrijk en daardoor ziet de plant er wat kaal uit, maar tusschen 't gras maken de helderkleurige bloemen daarom een niet minder aardig effect. Zij zijn met wortelrozetten overblijvend. De Caryophylleeën hebben hun naam te danken aan den geur der Anjelieren, het geslacht Dianthus, dat ook tot deze familie behoort, in welken men dien der kruidnagelen, Caryophylli, meende te herkennen. Lychnos beteekent  licht en duidt op de roode kleur der bloemen. Wat de koekoek met de plant te maken heeft weten wij niet, evenmin, waardoor zij zoo met de Veldkers, Cardamine pratense verward wordt en men beide onder het volk Pinksterbloem en Koekoeksbloem noemt.

Plantenschat 1898-paginadecoratie 13.png