Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/71

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 59 )

ge, ſchoone en groote Kerk, voorzien met een zeer goed Orgel, en evenwel willen zij den Hervormden de groote Kerk, ſchoon veel ſlechter, ontneemen; denk hier, mijn Vriend! dat die Kerk in voorige tijden ook door eenen Bisſchop is ingewijd geweest, en Gij hebt het raadſel ontknoopt. Een gewijde Kerk mag, dit is een algemeene ſtelregel, niet in de magt van de Geuzen blijven. – Aan de zuidzijde van dit Stadjen ligt een Kasteel, hebbende in voorige tijden gediend tot verdeediging en beſcherming van hetzelve; het is een ſterk, oud en prachtig gebouw, het geen in de menigvuldige Oorlogen tusſchen de Hertogen van Gelder en Braband nog altijd onbeſchadigd is gebleeven, want Helmond is in die Oorlogen tweemaal bijna geheel verbrand; de eene reis bleef niets bevrijd van den brand als de Kerk, het Kasteel, en één huis, het geen 'er, zo ik wel heb, nog ſtaat. In één der vertrekken van het Kasteel vind men het volgend, eenigzints raadzelächtig opſchrift op deeze wijze:

O QVARE QVIA DEO
BE BIS BIA OSA.

Dit opſchrift laat zich gemaklijk oplosſen, als men tusſchen de woorden, die boven malkandelen ſtaan, het woordjen ſuper dat is: boven 'er invoegt, en dan leest men: O ſuperbe! quare ſuperbis? quia ſuperbia Deo ſuperoſa. Het laatſte onlatijnsch woord, denklijk door den eenen of anderen Monnik geſmeed, om toch het ſuper te

kun-