Naar inhoud springen

Pagina:Sieben und siebzig Gedichte Bd.2.pdf/103

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Laatste hoop


Hier en daar bezitten bomen
Takken met nog blad eraan,
Vaak blijf ik voor zulke bomen
Even in gedachten staan.

Kijk ik naar zo’n enkel blaadje,
Hang er al mijn hoop aan op;
Speelt de wind dan met mijn blaadje,
Sidder ik van teen tot kop.

Ach, en valt het blad ter aarde,
Valt daarmee mijn hoop ook af;
Val ik zelf ontzet ter aarde
Schrei, nu vond mijn hoop zijn graf.