Naar inhoud springen

Pagina:Sieben und siebzig Gedichte Bd.2.pdf/110

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Rust


Nu merk ik pas hoe moe ik ben,
Ik heb mij neer gelegen;
Het zwerven hield de moed erin
Op ongastvrije wegen.

Mijn voeten vroegen niet naar rust,
Te koud om staan te blijven;
Mijn rug was zich geen last bewust,
Storm bleef mij verder drijven.

Een kolenbranders klein verblijf,
Daar heb ik plek gevonden.
Maar geen rust ondervindt mijn lijf :
Zo branden al mijn wonden.