Naar inhoud springen

Pagina:Sieben und siebzig Gedichte Bd.2.pdf/89

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

De windwijzer

De wind speelt met de trotse weerhaan
Op ’t dak van ‘t huis der lieve bruid.
Bedacht ik even, was niet wijzer,
Die fluit de arme vluchteling uit.

Had hij het eerder waargenomen,
Het wapen dat de woning draagt,
Nooit was het in hem opgekomen
Aldaar een vrouw haar hart belaagd.

De wind speelt binnen met de harten
Als op het dak, maar niet zo luid.
Wat deert hun nu mijn pijn en smarten?
Hun kind is toch een rijke bruid.