Pagina:TDKGM 01.084 Koleksi dari Perpustakaan Museum Tamansiswa Dewantara Kirti Griya.pdf/1

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


Den Haag, 17 Mei 1914 


Aan Z.E. den MINISTER van KOLONIEN.
 ten Departemente.


Excellentie,
De pijnlijke omstandigheden, waarin wij en onze gezinnen nu reeds gedurende negen maanden verkeeren, onwetend hoe onze toekomst zal zijn, nopen ondergeteekende, ook namens zijn medebannelingen, zich nogmaals tot Uwe Exc. te wenden.

Blijkens de Handelingen van 1913, pag. 235, 2e kol. deelde Uwe Exc. de kamer mede, dat "uit niets blijkt, dat de regeering van plan is geweest ons voor eeuwig en altijd uit onze omgeving verwijderd te houden"; voorts (pag.238 1e kol.) dat "de Gouverneur Generaal van het begin af aan van oordeel was" dat onze verwijdering slechts voor "een tijdje" zou zijn.

Waar ons, tot ons leedwezen, door Uwe Exc. onder datum van 5 Mei l.l.,vijf maanden derhalve nadat ondergeteekende de eer had door Uwe Exc. in zijn kabinet ten departemente te worden ontvangen, moest worden medegedeeld dat Uwe Exc. van den Gouverneur Generaal nog geen bericht had bekomen omtrent ons, aan Z.E. gericht adres, waaruit door ons de conclusie moet worden getrokken, dat Z.E. het "tijdje" van onze verbanning nog niet van genoegzaam langen duur beschouwt; waar wij daartegenover moeten pogen de toekomst der onzen niet langer te laten afhangen van hetgeen gezinsgenooten ons maandelijks doen toekomen en derhalve ook meenen te moeten overwegen, ons eventueel ter beschikking van de Indische Regeering te stellen, in verband toch het resp. 4e en 5e van de G.B. van 18 Augustus 1913 Nos. 2a en 1 (resp. verbanning van Soewardi Soerjaningrat en Tjipto Mangoenkoesoemo en van ondergeteekende), regelende de hun van regeeringswege toe te kennen onderstanden bij een eventueele uitvoering der interneering, in verband voorts met de woorden van Uwe Exc., dat Soewardi Soerjaningrat en Tjipto Mangoenkoesoemo volgens de Handelingen (pag. 235, 2e kol.) "op behoorlijke wijze zouden kunnen leven en in hun onderhoud voorzien", welke overweging wellicht voor ondergeteekende, hoewel niet expressis verbis aangeduid, ook zal kunnen gelden,- daar hebben wij de eer Uwe Exc. te verzoeken ons, indien Uwe Exc. mogelijk, reeds thans en in onverhoopt ander geval na bekomen mededeeling uit Indië, te willen doen mededeelen op hoe ruimen regeeringsonderstand elk onzer bij eventueele toepassing der interneering zal mogen rekenen.

Onder aanbieding onzer dankbetuiging voor Uwer Excs. welwillendheid en met verschuldigden eerbied.

Uwer Excs. dw.