Pagina:Vergif.djvu/143

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

145

Mordtmann was blij en vol hoop. Nooit was hij zoo tevreden met zich zelf en met iedereen geweest. Van een ondergeschikte positie in een vreemd land, klom hij in eens op tot chef van een nieuwe onderneming, die hij zelf van meet af aan zou leiden.

Daar noch de directeuren noch de aandeelhouders eenig begrip van de dingen hadden, werd hij aldra een waar orakel; en hij was niet zuinig op effect. Waar zijn kennis te kort schoot, was hij niet bang om met groote woorden te schermen, die iedereen dadelijk inpakten.

Een menigte arbeiders kregen vast werk; hij betaalde Zaterdags de loonen uit; de vrouwen kwamen bij hem om voorschot en hij was in korten tijd bekend en bemind onder den kleinen zoowel als onder den grooten man. Alleen in de ambtenaarskringen en in enkele oude aartsreactionnaire huizen werd hij diep verafschuwd; en daar werd ook professor Lövdahl beklaagd, omdat zijn vrouw zulk slag van menschen in haar kring trok.

Maar daar gaf Mordtmann niet om; hij voelde zich vroolijk en wel als hij 's morgens vroeg in de mooie zomermaanden naar zijn fabriek, even buiten de stad, ging. De arbeiders waren niet zooals de engelsche die alleen maar aan hun werk dachten. Hier buiten namen zij wel degelijk