Pagina:Vergif.djvu/188

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

190

Proost Sparre had altijd een massa aannemelingen; want hij had den naam onder de menschen, dat hij veel gemakkelijker "doorliet" dan de andere dominés van de stad.

Totaal onmogelijke domkoppen, die het al dikwijls te vergeefs beproefd hadden, werden zonder eenig bezwaar door den proost aangenomen. En men kon eigenlijk niet zeggen, dat het kwam omdat hij iets door de vingers zag in hun christelijke wetenschap. Je moest die domkoppen eens hooren, als zij in de kerk ondervraagd werden! Zij antwoordden als van een glazen dakje en dat nog wel dikwijls op de allermoeilijkste vraagstukken uit de heele kerkelijke leer van Pontoppidan.

Proost Sparre werd dan ook zeer bewonderd; meer dan hij, oprecht gesproken, verdiende; want er was een klein geheim bij in het spel.

Proost Sparre wist namelijk even goed als elke dominé, dat er onder de kinderen van de volksschool geen enkele jongen en geen enkel meisje was, dat een greintje begreep van al wat er in de belijdenis van Pontoppidan staat. Het was dus heel toevallig wat er in de minder goede hoofden bleef hangen van alles wat zij van buiten leerden en in hun geheugen prentten.

Waar dus de knapsten onder hen op elke vraag uit het boek konden antwoorden, als hij er maar op paste om steeds in de volgorde te blijven en