Pagina:Vergif.djvu/47

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

49

geknipte roodachtig gele haar stak naar alle kanten uit, terwijl hij maar zelden de oogen met roode randjes verder dan den katheder liet gaan.

Want hij was een vreedzaam leeraar. Of iemand al met een vertaling naast zich zat en daaruit voorlas, en of er gefluisterd en voorgezegd werd, hij zag noch hoorde het. De ondervinding van een lang leven had hem geleerd dat het de moeite niet waard is, om zoo iets uit te pluizen; en het was bovendien zooveel gemakkelijker als de zwakken een beetje hulp kregen.

Intusschen was hij lang niet stomp; de minste fout of onzekerheid trof zijn oor; hij vloog op alsof hij zich gestoken had, als iemand zich vergiste met het imperfectum en den aoristus; maar voor 't overige mocht er allerlei leven en lawaai in de klasse zijn, als het maar niet al te gek werd.

Zoo voerde hij de schare van de tien duizend elken dag een perzische mijl verder en alle jongelui, die in den loop der jaren hem, als aanvoerder, gevolgd hadden, waren met dezelfde regelmaat, in dezelfde kleine dagmarschen door Xenophon, Homerus, Sophocles, Herodotus en Plutarchus gekomen: dat ging alles op dezelfde wijze zonder variatie of verandering; zoowel in poëzie als in proza bestond er dat heel gewichtige verschil tusschen imperfectum en aoristus; en als het