Pagina:Vergif.djvu/54

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

56

eens een rood gestippelde das, dan weer een lichte broek;—voor het oogenblik was het een witte guttapercha regenmantel. Allen hadden er in geknepen en er aan geroken; allen hadden den prijs gevraagd en allen hadden dien vernomen.

Als docent ging hij van dezen stelregel uit: „Je kunt de lui in twee soorten verdeelen; die, welke wél wiskunde kunnen leeren en die welke dat volstrekt nièt kunnen. En ik neem op me om binnen een maand uit te maken of een jongen wiskunde kan leeren, ja of neen."

Uitgaande van die theorie, bracht hij de knappen vrij ver; de rest liet hij met een gerust geweten liggen.

Hij klopte met zijn zijden zakdoek het stof van den katheder voor hij ging zitten; Marius zat inwendig te beven, toen hij wat in zijn zakboek nakeek.

Maar Broch werd opgeroepen. Marius kon bijna niet aan zijn geluk gelooven; het leek of Abel van bovenaf wilde beginnen en dan zou hij er misschien vandaag ook weer doorrollen.

Zij waren pas begonnen aan de vergelijkingen van den eersten graad met een onbekend getal en kleine Marius was geduldig meegegaan door de vele voorbeelden om die x te vinden.

Hij had hen hooren zeggen dat die gevonden was, en had hen op het zwarte bord zien door-