Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/311

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

IRIS XIPHIUM Linn.

Nat. familie:

IRIDEÆ.

Klasse en Orde van LINNÆUS:

TRIANDRIA MONOGYNIA (Driemannige-Eénwijvige)[1].

 

 

De Lischbloemen, algemeen bekend, en bemind tevens om hare eindelooze kleurverscheidenheid en haren gemakkelijken en milden bloei, behooren kennelijk tot twee zeer goed te onderscheiden rubrieken. Geen afdeelingen die alleen op eenig strikt botanisch kenmerk, onherkenbaar vaak voor den leek, berusten, maar zóó duidelijk en in 't oog loopend, dat men, bijaldien de bloemen niet op eene zeer naauwe verwantschap wezen, zelfs zonder eenige kennis van de kruidkunde ertoe komen zou, om ze als tot afzonderlijke geslachten behoorende te beschouwen; de bloemen echter, hoeveel verschil overigens ook opleverende in de grootte der bloembladeren en ook in kleur, maken deze dwaling onmogelijk, en, hoe verschillend de planten overigens ook, zoowel in groeiwijze, als in den vorm van wortel, stengel en bladeren mogen zijn, wanneer men de bloemen ervan voor zich heeft, aarzelt men geen oogenblik ze als Lischbloemen te herkennen.

Over het eigenaardige voorkomen der Lischbloemen, zoowel als over den vorm der deelen, welke die bloemen zamenstellen, en andere bijzonderheden van algemeenen aard, had ik bij eene vorige gelegenheid, over de prachtige variëteit der Kæmpfer's Lisch handelende (zie plaat 9, bladz, 33–36), reeds gelegenheid te spreken, zoodat het noodeloos is daarop thans terug te komen; waarom ik mij nu met eenige andere bijzonderheden, op deze planten en inzonderheid op de hier afgebeelde betrekking hebbende, kan bezig houden.


  1. Zie de noot onder blz. 33.
49