Pipifox le Diable/"De Onafhankelijken"

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
„De Onafhankelijken”. 9e juryvrije Tentoonstelling
Auteur(s) Pipifox le Diable
Datum Zaterdag 26 mei 1917
Titel „De Onafhankelijken”. 9e juryvrije Tentoonstelling
Tijdschrift De Controleur
Jg, nr, pg 27, 1400, z.p.
Opmerkingen Louis Saalborn vermeld als Saalborn, Johannes Tielens als Tielens, Pieter Djurre Duursma als Duursma, Wassily Kandinsky als Kondinsky, Pablo Picasso als Picasso, Piet Mondriaan als Mondriaan, Herman Bieling als Bieling, Erich Wichmann als Eriel Wichmann
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Auteursrecht Publiek domein

Ingezonden.


(Buiten verantwoordelijkheid der Redactie).


„De Onafhankelijken”. 9e juryvrije Tentoonstelling.


      Elk jaar of half jaar dat aan den Amstelveenscheweg de stallen weer open gaan om de verborgen schatten aan geestelijk gebrek te toonen, missen wij er een of meerdere goede werken, die dit gebrek nog eenigszins vergoeden. Overblijven ten slotte de kleine eerzuchtige dilettanten, die ter kwader ure ontdekten, dat een jury-vrije tentoonstelling de beste, de eenigste gelegenheid was hun onoogelijk prulwerk uit te stallen. Men kan dan ook niet beter doen, dan de tentoonstellingen van „De Onafhankelijken” te beschouwen als een maatschappelijk verschijnsel van het laagste soort. Wat beteekent het, al den droesem van vergane schilderscholen tweemaal ’s jaars op een plek te verzamelen? Wat voor nut heeft het, al die onbeholpen probeersels onder en boven elkaar tegen de hald vergane muren van een soort stal op te hangen? Wat is het doel van dit alles? Men zegt: iedereen in staat te stellen zijn werk onder oogen van het publiek te brengen. Een vrije tribune te zijn... enz., enz. We kennen dat en het gaat ons vervelen. Wij weten nu wel, dat het iedereen zonder talent en met geduld gelukken zal met verf op ’n stuk linnen een voorwerpje te imiteeren. Wij weten het heusch wel dat ’t mogelijk is, verstoken van elk aesthetisch besef, Mauvetjes, van Goghjes, Mesdagjes, enz., na te bootsen. „Maar de modernen dan?” hoor ik u zeggen. Die zijn er niet. Zij hebben zicj wijselijk teruggetrokken, om geïsoleerd de waarheid betreffende Beeldende kunst te zoeken. Wat van de modernen over blijft, zijn de schijnmodernen: Saalborn, Tielens, Duursma, e. m. Wij kennen die theorietjes al, waarmee ze de zwakke imitaties van Kondinsky, Picasso en Mondriaan’s kunst trachten te verdedigen. Waren eerstgenoemden oprechte werkers, ze zouden ons gedurig met hunne ontwikkeling op de hoogte houden. Maar neen, altijd dezelfde slappe imitaties van moderne kunst.
      Het eenigste wat ons nog even aan schilderkunst herinnert, is het werk van Bieling, Jan Visser en Eriel Wichmann. Al het andere had, dunkt ons, op zolder kunnen blijven.
      Het orgaan „De Wiekslag”, waarin de laatste poging zal gedaan worden het dilettantisme als maatschappelijk verschijnsel te verdedigen, had men beter „De Aschbelt” of „De Vuilnisbak” kunnen noemen.


      Mei 1917.


PIPIFOX LE DIABLE.