Romaïkè Historia/XXII

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dit is een overzicht van de (vertaalde) paragrafen van boek XXII

75

LXXV[bewerken]

Popillius joeg Viriathus zulk een schrik aan, dat hij, alvorens de slag tegen hem te wagen, onderhandelaars over de vrede zond. Hem werd de uitlevering afgevorderd van de voornaamste hoofden van den opstand. Sommigen van hun, waaronder zijn eigen schoonzoon, ofschoon die zelf zijn eigen krijgsbenden had, werden door hemzelf omgebracht, anderen leverde hij dadelijk uit, en dezen werden de handen door de Consul afgekapt. Eindelijk zou de zaak haar beslag hebben gekregen, maar nu gebood de Consul aan Viriathus ook, om de wapen af te leggen en over te geven, doch dit wilde hij noch de overige menigte ondergaan.