De Controleur/Nummer 1320/Een professor in het nauw

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een professor in het nauw
Auteur(s) Theo van Doesburg
Datum Zaterdag 13 november 1915
Titel Een professor in het nauw
Tijdschrift De Controleur
Jg, nr, pg 26, 1320, ?
De Controleur vol 026 no 1320 Een professor in het nauw.jpg
Opmerkingen Carel Dake vermeld als Dake, Henri Le Fauconnier als Le Fauconnier
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Auteursrecht Publiek domein

Ingezonden.

Buiten verantwoordelijkheid der Redactie.


Een professor in het nauw.

      Als het publiek zijn gezond verstand laat werken, zal het inzien, dat de getuigenissen van Prof. Dake in „De Telegraaf”, al heel weinig te beteekenen hebben en hoogst onbetrouwbaar zijn. In dat blad stond hij in zake Le Fauconniervan den Bosch openlijk voor leugenaar. Hieruit volgt, primo: dat de lezers van genoemd blad geen waarde kunnen hechten aan des heeren professors hoogst partijdig oordeel; secundo: dat de moderne kunstenaars wel doen aan hem en zijns gelijken den toegang tot de exposities van moderne kunst te ontzeggen. Dit is het beste middel om iemand het zwijgen op te leggen over: „de meubelmakers en hunne vrienden de moderne schilders” (sic.)
      Daar het zwaartepunt der moderne kunst in den geest ligt, zal elke kritiek, waarin de schrijver uitgaat van de natuur en de visueele natuur tot maatstaf voor reine kunst aanlegt, onbetrouwbaar zijn. In zijn laatste verslagje over den diletant Jan Franken schrijft Prof. Dake: „Jan Franken schildert aardig bloemen, aan rozen schijnt hij de voorkeur te geven, (waarom dan niet liever ’n bloemenzaakje opgezet in stede van te gaan schilderen? v. D.). Hij tracht de kleur modern te zien, maar verwijdert zich daarbij toch niet van de gezonde basis: de natuur.”
      Willen we consequent blijven, dan moeten we alle schilders van bloemetjes en roosjes aanraden bloemkweeker te worden; alle dierenschilders, veefokker. Deze kunstenaars houden zich immers getrouw aan de natuur. Iemand vroeg eens aan een mijner vrienden: wie toch wel beter katten kon maken, dan Henriette Ronner, waarop mijn vriend heel lakonisch antwoordde: wel, de eerste de beste kater!
      Gelijk had hij.
      Voor den zuiveren kunstenaar vormt de Kunst een tegenstelling op de natuur. Natuur! Het zou er treurig uitzien als al die lijken, welke de academies opleveren eens „natuur” werden. Ze zouden niet alleen onze oogen, doch tevens onze reukorganen bederven.
      Wanneer een kriticus klaagt, dat de figuren van een modern schilder gewrongen zijn, dan komt dat niet doordat er te weinig natuur in die figuren is, maar doordat er nog te veel natuur in is.
      Het is de natuur, die den echten kunstenaarskriticus in de moderne kunst hindert; het is de Kunst, die de conservatieven en professoren in haar hindert.

THEO VAN DOESBURG.