Theo van Doesburg/Een verfijnde verrassing in loopgravenstijl

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een verfijnde verrassing in loopgravenstijl
Auteur(s) Theo van Doesburg
Datum Zaterdag 24 juli 1915
Titel Een verfijnde verrassing in loopgravenstijl
Tijdschrift De Controleur
Jg, nr, pg 25, 1304, z.p.
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Auteursrecht Publiek domein

Kritische Contrôle.


Een verfijnde verrassing in loopgravenstijl.


      In „Hofstad”, artistiek weekblad, no 26 komt ’n artikeltje voor getiteld „Aanteekeningen”. ’t Is onderteekend met de letter Z en het gaat over een woord: „Fijn”. Wat is fijn? niet het artikel. ’t Ding rammelt als een kinderrammelaar. ’t Is geen fijne zet ook. De schrijver (Zelling) komt, ondersteund, door Octave Mirbeau, — bloedarmoede? slechte spijsvertering? – ons vertellen waarom er nu eigenlijk oorlog is.
      Als ik dat vooruit geweten had, zou ik mijne „Meditaties aan de grenzen,” in „de Avondpost”, niet geschreven hebben. Er is oorlog om ... fijn ... fijn ... Wacht even. ’k Zou iets belangrijks vergeten. Laten wij eerste den schrijver laten uitleggen wat „fijnheid in kultuur en kunst” eigenlijk is. „wat fijn is is schoon, wijl de fijnheid verband houdt met de alleruiterste oppervlakte der dingen.” Iets verder zegt de schrijver: vergeestelijken en verfijnen is één.
      Dit laatste weerspreekt vierkant het eerste daar vergeestelijken ’n werking is aan de tegenover gestelde zijde van de „uiterste oppervlakte.” Maar nu komt het dames en heeren! „In (meen ik) de Figaro O. Mirbeau een nieuwen stijl gesignaleerd, welke geboren is in de brieven uit de loopgraven ... enz ... Zoo zou dus hier de schok van den oorlog noodig zijn geweest om een uiterste verfijning neer te slaan en aldus te behoeden voor verstarring, opdat in al inniger nieuwe cultuur-verfijningen de levenskracht van het volk zich steeds vollediger uite? (de cursiveering is van mij.) Tijd van verrassingen deze tijd, tijd van wedergeboorte rond onze grenzen (waar het stinkt van rottende lijnen! v. D.) enz.
      Haha!
      Weet ge het nu? Weet ge nu waarvoor die stapels lijken dienen? Weet ge nu waarom alle raven der aarde in het begin van de twintigste eeuw, in 1914–15, zich ’n indigestie gevreten hebben? Weet ge nu waarom het brood zoo duur is? Waarom mannen zoo zeldzaam zijn?
      A propos! Wat zullen er ’n raven geboren worden! Heele legers! na den oorlog: ravenplaag. Oorlog tegen de raven. Belemmering van alles. Natuurlijk; ravenplaag. Treinenverkeer staat stil. Voortdurend nacht! Handel, industrie ... alles stil ... behalve ... behalve fijne kunst, kunstverfijning in loopgravenstijl. Daarmee gaan we kalm door, begeleid door ravengekras. Haha! Wat ’n vergeestelijking! Alles om de „innigste cultuur-verfijning” te bereiken. Alles voor de verfijning der kunst. Lust ge nog verfijning? Lust ge nog verfijning, versch uit de loopgraven? Heerlijk! Belegd met bloed-gelei.
      Wie houdt er nu nog van gewone kost: Beethoven, Scriabin, Debussy? Bah! Wie is er nu nog geïnspireerd door religie, liefde, energie, hartstocht enz? Bah! Straks smullen we loopgravenverfijning!

      Al die kreten, de wanhoop, het waanzinnig gebrul der verschrikking, al die verlaten kinderen, vrouwen, moeders, vaders, al die harten, nieren, darmen, spieren, hersenen, beenderen, één hutspot: kunst, verfijnde kunst! Vergeestelijkte kunst! Loopgravenstijl!
      „O! Tijd van verrassingen, o, tijd van wedergeboorte rond om onze grenzen ...”


Tilburg, 1915.


THEO VAN DOESBURG.