Theo van Doesburg/Victor De Budt

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Victor De Budt
Auteur(s) Theo van Doesburg
Datum 19 februari 1916
Titel Victor De Budt
Tijdschrift Eenheid
Jg, nr, pg [6], 298, Bijvoegsel, [p. 1]
Eenheid no 298 article 01 column 01.jpg
Brontaal Nederlands
Auteursrecht Publiek domein

VICTOR DE BUDT.


Tentoonstelling bij de Firma Regnard, Keizersgracht 792, Amsterdam.


      Op kunstgebied is geen tijd zoo interessant, als deze: wanneer eenmaal een criterium geboren is uit een besef van zuiverheid van stijl, dan wordt het voor velen gemakkelijk aan de hand van dit criterium de verschillende uitingswijzen te beoordeelen.
      De firma Regnard & Co. is een van die weinige firma’s, die zich met onpartijdige gevoeligheid tegenover de verschillende uitingswijzen in de moderne kunst plaatst. Het is haar streven in opvoedende richting te werken ten opzichte van het publiek, een streven, dat van alle zijden aanmoediging verdient. Te trachten in een rustig milieu het publiek in een innig contact te brengen met het wezen eener nieuwe, althans vreemde, uitingswijze is iets, dat zoowel bij het publiek als bij de kunstenaars niet onopgemerkt mag voorbijgaan.
      Zoo toont zij ons heden een twintigtal werken van De Budt. Het werk van deze Belgischen schilder is een poging een evenwicht te vinden in de verhouding tusschen de vier elementen van zijn kunst: ontroering, lijn, kleur, natuur. Vooral in het groote werk „De visscher in de boot” is dit evenwicht bereikt. Hiermede wil niet gezegd zijn, dat het werk van De budt tot de hoogste of beter tot de zuiverste schilderkunst behoort. Er wil alleen mede gezegd zijn, dat De Budt met het werk op den drempel staat van een hoogeren, d.i. meer zuiver-geestelijken kunstvorm. En dat is zeer veel. Een zuiver aesthetische ontroering kan ons dit werk nooit geven, omdat onze ontroering vermangd is met natuur-aandoening, d. i. met herinnering. Wanneer ik een steen afbeeld zóó, dat het voor ieder een steen is, dan is het gevoel, dat bij de aanschouwing wordt opgewekt, geen aesthetisch gevoel, maar een natuurgevoel. De kunst-ontroering begint waar de steen (als herinneringsbeeld) verdwijnt. Zoodra datgene wat de steen mij zeide bij het aanschouwen, wordt gebeeld, door kleur en lijn, door klank en stilte, door woorden enz., zonder dat het herinneringsbeeld aanwezig is, wordt die beelding kunst genoemd, beeldende kunst, muziek of literatuur. Wanneer de beeldende kunstenaar niet bij machte is zijn ontroering te geven in lijn en kleur, maar indien hij natuurobjecten bezigt, zooals De Budt nog doet, dan verminderdt de beeldende waarden en daarvoor komt in de plaats de literaire waarde. Wij weten het nu. Wij weten nu, dat de klassieke kunst ¾ literatuur en ¼ beeldende kunst is. De Budt nu is ¼ literator en ¾ kunstenaar! Dat wil dus heel wat zeggen, vooral voor de toekomst, want ik ben er zeker van, dat deze schilder ook dit ééne kwart zal overwinnen.
      Zijn kleurengamma ligt tusschen grijs en groen en past zich geheel aan bij zijn rustige lijn, die voor stijl gereed is. Hierdoor wordt het herinneringsbeeld of het natuurgegeven op den achtergrond gedrongen, doch verdwijnt geen oogenblik, zooals bij Thijs Maris, waar het steeds op het punt staat te verdwijnen. Toch is de geestelijke stand dezer beide kunstenaars met elkaar te vergelijken en beiden zullen altijd hun waarde blijven behouden als individueele overgangsfiguren.


      9-2-’16.


THEO VAN DOESBURG.