Toespraak Amsterdams Comité Revolutionair (19 januari 1795)

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
In 1795 is de toespraak gepubliceerd in de “Handelingen van het Committé Revolutionair in Amsteldam”

Toespraak door het Amsterdams Comité Revolutionair aan het afgezette stadsbestuur van Amsterdam, op 19 januari 1795.

Tekst[bewerken]

Aanspraak, gedaan door het Committé Révolutionaire aan de van hun posten ontslagen Regenten der stad Amsteldam.

Burgers!

Het Committé Révolutionair, op dit tijdstip de gezaamentlijke Burgerij, dezer Stad vertegenwoordigende vervoegt zich, in die betrekking, in dezen Raadzaal: het verklaart dat eindelijk de lang gewenschte dag, aan den bataafschen horizon is opgedaagd. Waarop Neêrlands ingezetenen de uitoefening hunner aangeborene, en hun niet dan al te lang ontvreemde Rechten staan te hernemen; dit is dan ook het zelfde ogenblik Burgers! waarop het tegenwoordig bewind een einde moet nemen, en door het Committé Révolutionaire, in naam der Burgerij moet vervangen worden, tot dat vervolgens zoodanige nieuwe vorm van Regeering en eene andere ordre van zaken, zal ingevoerd worden, als de gezamentlijke Ingezetenen op eene geregelde wijze zullen vaststellen.

Gedurende deezen tusschentijd zal het voormelde Committé zich met de waarneming daar van belasten. Al het geen tot nu toe door hetzelve is verrigt, de rust der Stad, de veiligheid van personen en bezittingen, de onbegrijpelijke zagte en bedaarde overgang deezer Stad, uit den staat der onderdrukking tot den staat der Vrijheid, al dat moet ulieden overtuigen, dat het Committé werkzaam is, uit die beginzelen welke den eerlijken Vaderlander welke niets dan het welzijn van zijne Medeburgers bedoeld, kenschetzen.

Het Committé verklaart dan, in haargemelde betrekking van provisioneele Vertegenwoordigers der Burgerij deezer Stad, dat de Posten, waarin Gij Burgers het Publicq gezach hebt uitgeoefend, van dit ogenblik af zijn geëindigd, en dat gij allen, en ieder in 't bijzonder, van nu af zijt weêrgekeerd tot den kring van Amptelooze Burgers.

Het Committé verklaart Ulieden mitsdien onbevoegd, om van nu af eenige daad of daaden van Regeering uitteoeffenen en stelt Uw lieden ten dien opzichte voor alle tegengestelde handeling aansprakelijk.

Het Committé, eischt eindelijk van Ulieden, om deeze Raadzaal onverwijld te verlaten – – en na uwe woningen, als Burger terug te keeren, in welke betrekking, Gijlieden die volkomene veiligheïd voor uwe persoonen en bezittingen genieten zult, waarop ieder Burger aanspraak heeft, en waardoor aan geheel Europa, op eene de vijanden der Vrijheid beschaamende wijze, zal worden getoond, hoe veel eene omwenteling, welke ten gevallen van dwingelanden moest dienen, om de Bataafsche Vrijheid te vertrappen, verschild van die, door welke diezelve Vrijheid, aan een edelmoedig Volk weêrgegeven, en alle onderdrukking voor altoos van den Bataafschen grond verbannen word.

Toelichting[bewerken]

Transcriptie, met spelling y → ij en f → s. De toespraak werd voorgelezen door Daniël van Laer, mede namens de overige leden van het Amsterdams Comité Revolutionair: Alexander Gogel, Jurriaan Ondorp, Samuel Wiselius, Jacob Thoen, Gregorius Cruijs, Eduard van der Sluis, Petrus Duirvelt, Johannes van Hasselt en Pierre van der Aa.

Bron[bewerken]

Dirk Meland Langeveld, Drukker van het Committé Révolutionair: Handelingen van het Committé Revolutionair in Amsteldam, pagina 38 e.v., Amsterdam, 1795 (Delpher/Koninklijke Bibliotheek Den Haag)