Voorhoevevertaling (1877)

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

DE BOEKEN, GENAAMD HET NIEUWE TESTAMENT. Nieuwe Vertaling. 'S GRAVENHAGE, H. C. VOORHOEVE, JZN. 1877. Stoom-Snelpersdrukkerij van C. H. VOORHOEVE , firma C. BLOMMENDAAL. - Den Haag.

VOORREDE. Onder het gevoel van het gewicht der zaak, zoowel als van de verantwoordelijkheid, die zulk een werk oplegt, werd de vertaling van het Nieuwe Testament, die hiermede den Christenen in Nederland aangeboden wordt, ondernomen. Dank zij den Heer, die tot het aanvaarden en voltooien van zulk een belangrijken arbeid ons vrijmoedigheid en genade verleend heeft! Zonder in den waan te verkeeren, dat een nieuwe vertaling bepaald noodig was, om tot de kennis van den weg des heils te geraken; en zonder te kort te doen aan de betrekkelijke uitnemendheid der Staten-vertaling, meenden wij toch, dat het bezit van zooveel meer bronnen en hulpmiddelen, dan tijdens laatstgenoemden arbeid bekend waren, niet beter gewaardeerd kon worden dan door een poging aan te wenden, om van dit gedeelte van Gods openbaring een uitgave in onze taal te bezorgen, door welke de vruchten van veler arbeid onder het bereik van allen worden gebracht. De gronden, waarop onze hoop rustte van in deze poging te slagen, zoowel als de bronnen en hulpmiddelen, waarvan wij ons bij deze vertaling bedienden, wenschen wij in het kort aan te geven. Vóór de uitvinding der Boekdrukkunst, aan het einde der vijftiende eeuw, bezat men, gelijk vanzelf spreekt, alleen geschreven exemplaren van de boeken des Nieuwen Testaments. De oorspronkelijke stukken van de hand der VI VOORREDE. schrijvers zelve heeft men niet; er zijn alleen afschriften, waarvan de oudste dagteekenen uit de IVe en Ve eeuw. Deze afschriften hebben wij hoofdzakelijk te danken aan monniken, die hunnen ledigen tijd gebruikten, om, soms met zeer fraai geteekende letters, de Evangeliën, Brieven, enz. over te schrijven. Met meerdere of mindere nauwkeurigheid gingen zij hierbij te werk. Soms lieten zij een woord, een zin of één of meer verzen weg; soms schreven zij een woord verkeerd; soms ook voegden zij tusschen den tekst hetgeen een vroegere overschrijver op den rand gesteld had, en door hen — omdat zij meest machinaal te werk gingen — als tot den tekst behoorende werd aangemerkt. Zoo doende, zijn er geen twee handschriften geheel aan elkaar gelijk. Ieder begrijpt dus, dat hoe meer van deze handschriften met elkander vergeleken kunnen worden, des te nauwkeuriger de tekst kan worden bepaald, en des te nader hij komen zal bij hetgeen de gewijde schrijvers zelven hebben te boek gesteld. Toen men nu, na de uitvinding der Drukkunst, er aan begon te denken, om een Grieksche uitgave van het Nieuwe Testament te doen drukken, had men nog slechts weinige handschriften daarvan gevonden. De eerste afzonderlijke uitgave van het Nieuwe Testament in het Grieksch verscheen in 1516 van de hand van Erasmus, die evenwel over slechts enkele en dan nog zeer onvolkomene handschriften te beschikken had; terwijl hij een deel van de Openbaring, dat hem ontbrak, moest aanvullen door een vertaling in het Grieksch uit de latijnsche Vulgata. In het midden der XVIe eeuw bezorgde Robert Etienne (Stefanus) te Parijs een uitgave van het grieksche Nieuwe Testament, waartoe hij 14 handschriften vergeleek. Bijna terzelfdertijd verscheen


a) De geheele Bijbel werd in 1462 voor het eerst te Mentz gedrukt, terwijl de beroemde Bijbeluitgaaf van Alcala van 1502 -1522

bezorgd werd door den Spaanschen kardinaal Ximenes. b) De Vulgata is een latijnsche vertaling van den Bijbel, waaraan reeds in 385 door Hieronymus begonnen, en die in 1592 in haren tegenwoordigen vorm door Clemens VIII uitgegeven werd. VOORREDE. VII van Beza een Grieksche tekst met een nieuwe Latijnsche vertaling. Dezen tekst van Beza, die zeer weinig van dien van Stefanus verschilde, gebruikten de Elzeviers, te Leiden, voor hunne talrijke uitgaven van het Nieuwe Testament; en in hunne editie van 1633 hadden zij de stoutheid van in de voorrede te verklaren, dat de tekst, dien zij uitgaven, ,,textus ab omnibus receptus," d.i. de door allen aangenomen tekst was. Al de vertalingen van de kerken der Hervorming — ook onze Staten-overzetting — zijn naar een van deze uitgaven bewerkt, zoodat zij tot grondslag hadden een Griekschen tekst, ontstaan uit de vergelijking van niet meer dan 14 handschriften, waarvan sommige zeer onvolledig waren, en waaraan een groot, gedeelte van de Openbaring ontbrak. De Roomsche vertalingen zijn naar de Vulgata gemaakt. Langen tijd vergenoegde men zich met dezen ,, Textus Receptus." Men was bang om aan hetgeen eenmaal stilzwijgend erkend was te raken, uit vrees dat daardoor ook het geloof aan het wankelen zou gebracht worden. In het midden der vorige eeuw ontstond er evenwel een geest van onderzoek op dit gebied, die reeds toen, maar vooral ook in onze eeuw, tot schoone resultaten leidde. Wat lang verborgen was gebleven, werd ontdekt of opgespoord. De vrome en geleerde Bengel in Duitschland opende de lange rij van geleerden — Mill, Wetstein, Griesbach, Birsch, Bentley, Matthiä, Scholz, Lachmann, Tischendorff, enz. — die de bibliotheken van Europa doorzochten, om nieuwe manuscripten op te sporen, te onderzoeken, te vergelijken en uit te geven. Groote en moeielijke reizen werden ondernomen, om in abdijen en kloosters nasporingen in het werk te stellen; kortom, geen moeite werd ontzien om zooveel bouwstoffen bijeen te brengen, als slechts mogelijk was, en de voorhandene met de meeste zorg te verwerken. Welnu, aan den arbeid dezer geleerden hebben wij het te danken, dat wij thans, in plaats van 14, meer dan 600 handschriften bezitten, waaronder één uit de IVe eeuw, in 1859 door prof. Tischendorff uit het klooster St. Katharina, op den berg Sinaï, HET EVANGELIE NAAR MATTHEÜS. I. — Het boek des geslachts van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham. 2 Abraham gewon Izaäk , en Izaäk gewon Jakob, en Jakob gewon Juda en zijne 3 broeders; en Juda gewon Perez en Zera bij Thamar; en Perez gewon Hezron; 4 en Hezron gewon Ram; en Ram gewon Aminádab; en Aminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon 5 Salmon; en Salmon gewon Boaz bij Rachab; en Boaz gewon Obed bij Ruth; en 6 Obed gewon Isaï; en Isaï gewon David, den koning. En David, de koning, gewon Salomo bij haar, die Uria's [vrouw was geweest]; 7 enSalomo gewon Rehabeam; en Rehabeam 8 gewon Abia;en Abia gewon Asa; en Asa gewon Josafat; en Josafat gewon Joram; 9 en Joram gewon Uzzia; en Uzzia gewon Jotham; en Jotham gewon Achaz; en 10 Achaz gewon Hizkia; en Hizkia gewon Manasse; en Manasse gewon Amon; en 11 Amon gewon Josia; en Josia gewon Jechonia en zijne broeders, ten tijde der 12 wegvoering naar Babel. En na de wegvoering naar Babel gewon Jechonia Seálthiël; en Seálthiël gewon 13 Zerubbabel; en Zerubbabel gewon Abiud; en Abiud gewon Eljakim; en Eljakim 14 gewon Azor; en Azor gewon Zadok; en Zadok gewon Achim; en Achim gewon 15 Eliud; en Eliud gewon Eleazar; en Eleazar gewon Matthan; en Matthan ge -won Jakob; 16 en Jakob gewon Jozef, den man van Maria, uit wie geboren is 1 2 MATTHEUS I, II. Jezus, die genoemd wordt Christus. 17 Al de geslachten dan van Abraham tot David [zijn] veertien geslachten, en van David tot de wegvoering naar Babel veertien geslachten,en van de wegvoering naar Babel tot Christus veertien geslachten. 18 De geboorte nu van Jezus Christus was aldus: Toen, namelijk, zijne moeder Maria met Jozef ondertrouwd was, werd zij, eer zij samengekomen waren, zwanger bevonden uit den Heiligen 19 Geest. Jozef nu, haar man, daar hij rechtvaardig was, en haar niet wilde te schande maken, was van voornemen haar heimelijk te 20 verstooten. Doch terwijl hij deze dingen overdacht, zie, een engel [des] Heeren* verscheen hem in den droom, zeggende: Jozef, zoon van David, vrees niet Maria, uwe vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar verwekt is, is uit den Heiligen 21 Geest. En zij zal een zoon baren, en gij zult zijnen naam noemen Jezus; want hij zal zijn volk verlossen 22 van hunne zonden. Dit alles nu is geschied, opdat vervuld zou worden , hetgeen door [den] Heer gesproken is door middel van 23 den profeet, zeggende: „Zie, de maagd zal zwanger worden, en een zoon baren, en men zal zijnen naam noemen Emmanuël",* hetwelk, overgezet, is: God met ons. 24 Jozef dan, uit den slaap ontwaakt zijnde, deed, gelijk de engel [des] Heeren hem bevolen had, en nam 25 Zijne vrouw tot zich. En hij bekende haar niet, totdat zij haren eerstgeboren zoon gebaard had; en hij noemde zijnen naam Jezus. II. — Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem in Judéa, in de dagen van den koning Herodes, zie, magiërs* uit het Oosten kwamen te Jeruzalem, 2 zeggende: Waar is de koning der Joden, die geboren is? want wij hebben zijne ster gezien in het Oosten, en zijn gekomen om hem te huldigen. ----- a) „Heer," zonder artikel, duidt hier, gelijk op vele andere plaatsen in het N.T., den naam Jehovah aan. — b) Jes. VII:14. — Magiërs waren perzische priesters, die zich met natuur- en sterrenkunde bezighielden.