Vrije Arbeid/Jaargang 4/Nummer 2/Leestafel

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘Leestafel. Theo van Doesburg. De Nieuwe Beweging in de Schilderkunst. J. Waltman Jr. Delft 1917’ door Wilbrandus Joannes Koppius
Afkomstig uit Vrije Arbeid, jaargang 4, nummer 2 (december 1917), p. 36-37. Publiek domein.


[ 36 ]       LEESTAFEL.

      Theo van Doesburg. De Nieuwe Beweging in de Schilderkunst. J. Waltman Jr. Delft 1917.

      Zoolang de moderne stroomingen in de schilderkunst voor den leek nog veel onbegrijpelijks bevatten, is het zeker goed en noodig, dat een schilder, die in deze beweging meeleeft, de pen opvat om het publiek de zaak naderbij te brengen.
      Of Prof. Dake, die vele modernen een terugkeer, van de dwalingen huns weegs, toewenscht, zich van de opdracht van den schrijver, veel zal aantrekken, mag zeker worden betwijfeld. Intusschen kan niet ontkend, dat een schare modernen ernstig werkt naar geheel nieuwe inzichten. Terwijl vele jonge schilders die niet volgen, zien wij daaren[ 37 ] tegen dat oudere, hoogstaande, artiesten, die hervormingen genegen aijn. Als men de verschillende uitingen van cubisme, futurisme, expres­sionisme, enz. schakeeringen van één streven wil noemen, of wel het zoeken naar één stijl, dan zijn ze toch zeer uiteenloopend, zoodat hun verband niet zoo eenvoudig begrijpelijk is. De beeldende woorden van den heer v. D., die moeten dienen om ze aan ons voor te stellen, zijn eensdeels te waardeeren explicaties, doch anderdeels besliste verzeke­ringen, zonder meer. Eenvoudig is het ook niet een beschrijving te geven van een streven, dat nog in het ontstaan is, en veel meer een geestesrichting bedoelt dan welke vorige opvatting ook.
      De verschillende richtingen uit vroeger tijd hebben de kunst on­sterfelijk gemaakt. Zou ook niet het impressionisme hieraan deel hebben? De meesters uit de 19e eeuw waren dit goeddeels door deze schilderschool. Voor zijn rekening blijft dan ook de krachtige bestrij­ding hiervan door den heer v. D. in zijn uitdrukking: „de waardeering van het lijk van het impressionisme”.
      Wij brengen hem dank voor zijn introductie van het nieuwe, is dan ook nogal wat omsluierd, wat wij, om het te aanvaarden, meer ontsluierd hadden gewenscht.

K.      

      Wij ontvingen nog vele boekwerken ter bespreking en aankondiging. Door plaatsgebrek moeten wij hiervoor nog eenig geduld vragen.