Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 22009/Ochtendblad/De Indische vorsten op 't Huis ter Haar

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Indische vorsten op ’t Huis ter Haar
Auteur(s) Anoniem
Datum Vrijdag 2 september 1898
Titel De Indische vorsten op 't Huis ter Haar
Krant Algemeen Handelsblad
Jg, nr 71, 22009
Editie, pg Ochtendblad, [1]
Algemeen Handelsblad vol 071 no 22009 Ochtendblad De Indische vorsten op 't Huis ter Haar.jpg
Opmerkingen Étienne van Zuylen van Nyevelt van de Haar vermeld als baron Van Zuylen van Nijevelt, Pierre Cuypers als P.J.H. Cuypers, Joseph Cuypers als Joseph Th.J. Cuypers, Hendrik Copijn als H. Copijn
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

De Indische vorsten op ’t Huis ter Haar.

      Gisteren brachten de verschillende Indische vorsten, die ter gelegenheid van de Inhuldigingsfeesten hier te lande verblijf houden, een bezoek aan het Huis ter Haar te Haarzuylens. Dit bezoek viel samen of liever maakte een deel uit van de inhuldigingsfeesten te Haarzuylens, die gisteren en heden plaats hebben, zoodat dan ook een groote menigte op de been was.
      ’s Morgens te 9½ uur verlieten de hooge bezoekers Utrecht, onder geleide van de heeren J. A. Schouten, gepens. adsist.-resident, A. van Senden, controleur 1ste klasse B.B. H. Doeff, controleur 2de klasse B.B. en dr. G.A. van de Roemer.
      De reis ging over Harmelen, alwaar afgestapt werd bij den burgemeester, baron van Heemstra, die den vorsten gracieuselijk den eerewijn aanbood.
      Aan het station Staatsspoor werden de hooge gasten ontvangen door een daartoe saamgestelde commissie van leden uit de eerecommissie voor de inhuldigingsfeesten te Haarzuylens.
      In het kasteel aangekomen werden de vorsten – bij afwezigheid van baron van Zuylen van Nijevelt, die te Baden-Baden vertoeft – welkom geheeten door den heer Frans Luijten, rentmeester van baron van Zuylen van Nyevelt. Hierbij waren tegenwoordig de heeren: jhr. Barchman Wuytiers, burgemeester van Vleuten en Haarzuylens (in ambtsgewaad); dr. P.J.H. Cuypers, architect van het huis ter Haar; de zeer eerw. heer De Klaver, pastoor van Vleuten; Joseph Th. J. Cuypers; C. I. Huygen; H. Copijn; Corn. van Straaten en S. Hondelinck, secretaris van Vleuten en Haarzuylens.
      Ook thans parelde de eerewijn weer in de glazen.
      In optocht begaf men zich nu naar het nieuwe raadhuis in het nieuwe dorp, welk gebouw door dr. Cuypers aan den burgemeester werd overgedragen.
      In een warme redevoering schetste de burgemeester nu de verdiensten van baron van Zuylen van Nijevelt voor de gemeente. Door de herstelling van het kasteel toch, heeft baron van Zuylen een band gelegd tusschen de omwonenden en het kasteel.
      De heer Luyten gaf in dichtmaat uiting aan zijne gevoelens en sprak de menigte van de pui van het raadhuis toe.
      Op het kasteel teruggekeerd, werd de lunch gebruikt. Daarbij zaten aan de hierboven genoemde heeren, die bij de ontvangst tegenwoordig waren. De heer De Ram, lid van de Tweede Kamer, die mede tot de genoodigden zou behooren, was tot zijn leedwezen door ongesteldheid verhinderd.
      Aan tafel werden verschillende toosten uitgebracht.
      De eerste werd uitgesproken door dr. P.J.H. Cuypers op H. M. de Koningin, de tweede door den heer A. van Senden namens de Indische vorsten op den afwezigen gastheer, baron Van Zuylen van Nijevelt, de derde door den heer H. Doeff op dr. Cuypers, die door hem geëerd werd als de eerste architect van Nederland. Bovendien werden de hooge gasten nog door dr. Cuypers gelukgewenscht met de koninklijke onderscheiding hun te beurt gevallen.
      Na de lunch schreven de vorsten hunne namen in het voor vorstelijke bezoekers bestemde gedenkboek.
      Ten slotte bezichtigden zij met groote oplettendheid het kasteel. Herhaaldelijk gaven zij hunne bewondering te kennen voor al het schoons hier gewrocht en bijeengebracht.
      Nadat photographieën waren genomen van het gezelschap, keerden de vorsten naar Utrecht terug, ten hoogste voldaan over de echt Hollandsche gastvrijheid, hun betoond.

Overige vindplaatsen[bewerken]

  • Anoniem (2 september 1898) ‘De Indische vorsten te Haarzuylens’, De Telegraaf, Avond-Editie, [p. 1] (gedeeltelijk).
  • Anoniem (3 september 1898) ‘Een buitengewoon bezoek’, Middelburgsche Courant, [p. 3].
  • Anoniem (4 september 1898) ‘De Indische vorsten te Haarzuilens’, De Tijd, [p. 2].