Anoniem/De droom van een architect

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De droom van een architect
Auteur(s) Anoniem
Datum Zaterdag 12 januari 1935
Titel De droom van een architect
Krant Het Vaderland
Jg 66
Editie, pg , Avondblad D, p. 1
Opmerkingen Herman Rosse vermeld als Hermann Rosse, Pieter Bakker Schut als Bakker Schut
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

DE DROOM VAN DEN ARCHTTECT


EEN 100 M BREEDE WEG VAN WIELERBAAN NAAR ZEE


Den Haags nieuwe centrum


      De architect Jan Wils had zich blijkbaar geducht geërgerd doordat hij op zijn rijtje van „Hoornwijck” aan den Vliet naar Den Haag „natuurlijk” had moeten wachten voor de open Hoornbrug en de open Laakbrug, waar hij op den terugrit „natuurlijk” weer toe veroordeeld was. In alle geval hij sliep onrustig tot hij eindelijk kalmeerde en de droom over hem vaardig werd. En waar zou hij anders van droomen dan van een breeden directen weg van den Vliet naar en door het hart van Den Haag? Dat is al even natuurlijk als dat wachten voor de beide bruggen. En als rechtgeaard en bekend architect droomde hij niet alleen van dien nieuwen weg, welke zich in zijn droom al verder en verder uitstrekte, tot hij wegens de zee niet verder kon, maar ook van de veranderingen, welke die weg in het stadsbeeld zou brengen en van de gebouwen welke aan en bij dien weg zouden komen. Hij reed al met groote snelheid en hij bouwde al....
      Toen hij wakker werd den volgenden ochtend, stond de droom hem helder voor den geest. Hij had ’m zóó intens beleefd, dat hij den weg als het ware al kon afbakenen....
      En kijk, of het nu telepathie was, of eenheid van gedachten in twee hoofden, of wat ook, maar prof. Hermann Rosse, die sinds eenigen tijd vlak bij hem woont, droomde dienzelfden nacht ook en merkwaardig genoeg ook van dien weg en van die verandering in het stadsbeeld. Hij reed ook al met groote snelheid, maar hij teekende met nog grooter snelheid.
      Toen hij wakker werd den volgenden ochtend, stond ook hem de droom helder voor den geest. Hij had ’m zóó intens beleefd, dat hij de gebouwen als het ware al kon uitteekenen....
      Jan Wils en Hermann Rosse spraken elkaar dien ochtend, vertelden elkaar denzelfden droom als hun eigen droom en alweer natuurlijk trokken ze, zoo algeheel zwei Seelen und eine Gedanke, samen aan den arbeid.
      Het resultaat van dien arbeid zal van Maandag tot 23 dezer te zien zijn in Pulchri en de beide ontwerpers zullen, gelijk gezegd, er Maandagavond in Handel, Nijverheid en Gemeentebelangen van vertellen.
      Het is een bijster mooie droom geweest van deze beide kunstenaars. De omzetting ervan op teekenpapier bewijst het overduidelijk. En tevens welk een geweldig knappe teekenaar Rosse is. Maar we waarschuwen van tevoren: men moet dien geteekenden droom, die gematerialiseerde verbeelding, niet met gedachten aan materiaal, d.w.z. aan geld bekijken. Trouwens, wat is geld voor den kunstenaar? Zelfs voor den kunstenaar met het meest materialistisch materiaal: steen en ijzer, is het niets, is één gulden gelijk aan een millioen, als zijn fantasie alle breidels breekt en hem dwingt haar te gehoorzamen, dat wil in dit geval dus zeggen te teekenen.... een stad zooals die fantasie hem in zijn droom heeft voorgetooverd. Aan het geld en dàn is één gulden maar een millioenste van een millioen, denkt enkel het bestuur dier stad, dat overweegt of de droom tot werkelijkheid gemaakt kan worden. Maar stadsbestuurderen zijn dan ook geen artisten, en hebben luttel fantasie. In alle geval ze toonen die niet en laten zich er niet door regeeren. Zeker niet in dezen tijd, nu een gemeentebestuur telkens komt te staan voor dingen, waarvan zijn stoutste fantaste niet had durven droomen – maar dat is een fantasie van andere orde, dan de verrukkende, berauschende des kunstenaars, die hem doet goochelen met eenige honderden millioenen als de overheid met kortingen.
      Die verrukkende fantasie van dien mooien droom van den architect kan men gaan bewonderen. En we laten er iets van zien ter aansporing voor een bezoek.


Zoo droomden zij....


      Vier onafhankelijke, maar verwante elementen vormen de ideeën, welke in de droomfantasie zijn verwerkt. Droomend is aangelegd:
      1e. de bij de Rijswijksche wielerbaan uit den Rotterdamschen weg komende verkeersweg, recht door naar zee. Deze weg is.... 100 m gedacht. Na door een z.g. kurketrekkerconstructie by den Vliet verbonden te zijn met den Amsterdamschen en den Utrechtschen weg, gaat hij op circa 6 meter hoogte over den Vliet, zoowat 125 m benoorden de Geestbrug. Hij gaat dan over de weilanden door den Binckhorstpolder, vlak achter de begraafplaats langs, als viaduct – de weg op pootjes – stijgend tot het kruispunt met de spoorlijn Rotterdam–Amsterdam, waar hij op 11 meter hoogte is gekomen. Vandaar daalt hij tot niveau bij de Rijnstraat, leidt door de Noordelijke strook van de Koekamp en de Maliebaan, tusschen Jan van Nassaustraat en Mesdagstraat door, welke resp. haar Noordelijken en Zuidelijken wand verliezen, naar Petit St. Hubert. Hij is onderwijl alweer gaan stijgen en ligt daar 12 meter boven niveau. Verder gaat hij rechtoe rechtaan naar het Gevers Deynootplein en de zee.
      Op het Waaldorpsche punt kruist deze weg dien van Hoek van Holland naar de Boschjes van Poot, welke op het werkprogramma staat. Deze is nu doorgetrokken gedacht door Zorgvlied en de Scheveningsche Boschjes en begint dan bij het kruispunt van Petit St. Hubert, dat zijn hoogste punt is, een halven cirkel te beschrijven buitenom terug met den nieuwen 100 m weg als middellijn.
      Droomend is o.a. het gebouw van onze courant gesloopt door de beide stadshervormers, want ze hebben behalve de reeds genoemde doorbraak
      2o den Benoordenhoutschen weg doorgetrokken langs den Nieuwen Uitleg – dien ze maar meteen gedempt hebben.... brr! – en de Kazernestraat recht door naar de Parkstraat en laten hem zich dan ten slotte oplossen in het Westlandsche wegenstelsel. Zoo zou het verkeer Amsterdam–Westland zich dus buiten de historische stad omgaan.
      Want hoe dictatorisch de fantasie van Rosse en Wils ook droomt, tegen het historische Den Haag met Binnenhof, Vijverberg en Princessegracht kan zelfs zij niet op. Die hebben haar afgestooten.
      Na dit droomend breken en doorbreken is de fantasie aan het bouwen gegaan. En hoe. Met volle recht mag het zich beroepen op zijn naam fantasie. Niets stouters dan de droom van een architect. En zoo zijn ontworpen:
      3e. Op de kruising van den 100 m weg met den spoorweg Rotterdam–Den Haag–Amsterdam een gecombineerd bus- en treinstation. Het tegenwoordige Staatsspooremplacement zou hierdoor open komen als bouwterrein en ruimte bieden voor een verkeersplein waarop ook de nieuwe Marktstraat zou uitmonden. Op de hoogte van Petit St. Hubert ongeveer 12 m boven niveau is een groot monumentaal gebouw gedacht b.v. een nieuw parlement. Het Gevers Deynootplein is met een hoefijzervormige ombouwing als vijver met fonteinen ontworpen tot een balcon van Uuropa. Verder een bebouwing van het stadsgedeelte tusschen Spui, emplacement Staatsspoor–Bezuidenhoutscheweg en Heerengracht als stadscentrum, met overdekte markt, parkeerterrein, concertgebouw, schouwburg, etc.
      De fantasie heeft toen ze dit allemaal gedroomd had, doorgedroomd en zoo gedroomd hoe ze aan die gebouwen zou kunnen komen zonder dat als het tot afrekenen komt, een cent zouden kosten. En zoo heeft ze gedroomd:
      4e. een wereldtentoonstelling waaruit al die gebouwen blijvend zouden kunnen worden overgehouden, met dien verstande, dat de kunstafdeeling en die der kunstnijverheid zich zouden bevinden rond een vijver en de as van de Nieuwe Kerk in directe aansluiting bij een concertzaal en nieuw stadstheater.
      De markt zou de amusementsafdeeling zijn van de tentoonstelling met natatorium, vélodrôme, overdekte kermis, cinema, casino en restaurants, en de weg van station tot Bezuidenhout aan weerszijden zou ruimte bieden voor de afdeelingen van verschillende landen. Het gedeelte van Prinses Mariannelaan tot station zou voor de tijdelijke tentoonstellingspaleizen bestemd worden. En het geheele terrein zou iets grooter zijn dan dat waarop de wereldtentoonstelling in San Francisco in 1925 is gehouden.


Haast boven en beneden.


      Aangezien de fantasie van den architect en den beeldenden kunstenaar van de 20e eeuw is, heeft ze haast. Vandaar dat onder den nieuwen 100 m weg, waar 40 m van bestemd is voor jakkerende auto’s, een overkluisde sneltram – een underground was zelfs deze snelle en fantastische fantasie nog te fantastisch – gedacht die Scheveningen en Centraal Station met elkander verbindt. Een dergelijke overkluisde tram is gedacht onder de doorgetrokken Sportlaan te loopen.


Het Station.


      Of de directie der Spoorwegen ook gedroomd heeft, en wel dat ze de noodige millioenen ergens in een vergeten hoekje had gevonden, heeft ze niet medegedeeld. Maar ze zal het gedroomde fantasiestation wel met de aandacht bekijken, die het waard is. Het station is drie hoog, d.w.z. beneden gaat het gewone verkeer, op het huidige spoorwegniveau loopt de trein en op het niveau van + 12 is een station voor de intercommunale autobussen. Doordat het in twee doorgebroken halve cirkels is ontworpen, gaat het snelverkeer er dwars door heen. Boven het eigenlijke spoorstation zijn gedacht eenerzijds een hotel, anderzijds de administratie enz. van de Spoorwegen enz.
      Het verkeer is om dit cirkelstation heen geleid en de droom bouwt een


Tuinstadboulevard.


      Want hij wil Den Haag zijn karakter als tuinstad hergeven, in elk geval dit karakter er sterk op drukken. De tweemaal zes bouwblokken met tegen den korten boulevard een showcase staan in open bebouwing, een honderd meter van elkaar, en zijn hooger dan tot dusver, n.l. acht verdiepingen hoog. Er achter staat een wand van groen, zoodat men rondom de blokken in het groen kan wandelen en achter dit groen staat ter weerzijde in de lengte een flatgebouw of iets dergelijks. Natuurlijk gaan in den droom al die flats glad van de hand en hebben de flatgebouwen niet het moeilijke bestaan van hun naamgenooten 1935. Het trottoir langs den boulevard van 10 m breed is overdekt.


Een machtige fantasie.


      Niet alleen dat de fantasie van den architect machtig is, die fantasie zelf is ook machtig. Daar is ze trouwens fantasie voor om alles te kunnen wat de werkelijkheid niet kan.
      Ze krijgt van het Rijk gedaan, wat tot dusver niemand gedaan heeft weten te krijgen, en gelukkig in onzen niet fantastischen gedachtengang, zeggen we er schuchter bij: t.w. dat van Koekamp en Maliebaan zoo maar een honderd meter breede strook wordt afgeknipt. En van de gemeente krijgt ze gedaan, dat het uitbreidingsplan wordt herzien voor Oostduin, zoodat ook daar een 60 m breede strook van kan worden afgenomen en de scheidingssloot verlegd.


Het nieuwe Centrum.


      De droom heeft heel de Spuiwijk geraseerd, en om de zaak te regulariseeren tegelijk maar den Trekvliet omgelegd, zoodat bij bet Girokantoor een halve cirkel watergang is ontstaan. Op die manier kan het Zieken gewijzigd worden. Wat de fantasie op het terrein heeft gezet, weet men al.
      De overdekte markt zou ongeveer vier meter boven den begane grond liggen om parkeerterrein te winnen, dat onder de markt is gelegen. Een omringende bebouwing van uniforme hoogte maakt de glasoverdekking mogelijk Zeven dubbele trappen zorgen voor in- en uitgangen. Tevens zijn toegangen voor automobielen op deze plaatsen gedacht. Liften verbinden het niveau der straat met dat van de markt.
      De kunst is door haar zuster de fantasie niet vergeten. Rechts op den plattegrond is een nieuwe groote schouwburg ontworpen, – de bezoekers, die hem geregeld vullen, zijn er bij gefantaseerd – daarnaast een nieuwe concertzaal met tegen den achterwand aan een muziekschelp voor concerten in de open lucht en daarnaast twee gebouwen, welker bovenverdiepingen zijn bestemd resp. voor permanente tentoonstellingen op artistiek gebied, en voor kamermuziekuitvoerigen, conservatorium etc. etc. Beneden stallen in den droom de vertegenwoordigers van nieuwe landen, de producten van hun landen uit ter kennismaking van de Hagenaars. Tusschen deze beide gebouwen in heeft de fantasie een vijver gegraven, die het vroegere fraaie gezicht op de Nieuwe Kerk weer zoowat zal herstellen, dat een totaal fantasieloos – maar dan ook volkomen – en gevoelloos gemeentebestuur vroeger vandalistisch heeft vernietigd.
      De wereldtentoonstelling heeft de droom niet gezien. Die is enkel gemarkeerd. Over het slagen heeft hij de hoofden der architecten niet gebroken. Waarom zou deze Haagsche tentoonstelling van het jaar X niet slagen als die van San Francisco in 1925 wel geslaagd is? Uitgesloten.
      Dat jaar X hebben Rosse en Wils toch vrij nabij verondersteld, want ze zien in b.v. het nieuwe stadscentrum een uitnemend object voor werkverschaffing.
      Hierbij fantaseert de fantasie weer heerlijk. De plannen zijn gebaseerd op een Den Haag, dat circa een millioen inwoners heeft en dat zal het – mits Voorburg en Rijswijk geannexeerd worden – zoowat aan het einde dezer eeuw kunnen hebben, als de berekeningen van ir Bakker Schut uitkomen. Tusschen de X der fantasie en de X der uitwerkers der fantasie is dus nog al verschil.


Een schoone droom.


      Beleven zal het tegenwoordige geslacht de verwezenlijking der fantasie van den droom niet. Als ze ooit verwezenlijkt zou worden, zou het toch pas het derde geslacht zijn, dat het zag. Wij wachten nu maar op een vriendelijk


[Afbeelding: Jan Wils en Herman Rosse. Ontwerp voor een nieuw Centraal Station in Den Haag, perspectief. 1934-1935. Tekening. Afmetingen en huidige verblijfplaats onbekend.]


Het Centraal Station der toekomst.


denkende fee, die ook ons een schoonen droom wil zenden, waarin we de verwezenlijking van den droom van den architect toch beleven.
      Al was het alleen maar om te zien hoe de gebouwen, welke Rosses vaardige hand zoo schitterend op het papier heeft geworpen, in onze atmosfeer en ons landeigen zich zouden voordoen.
      Want inderdaad, wat de kunstenaarsfantasie van het tweetal Rosse-Wils heeft ontworpen is, hoe onverwezenlijkbaar waarschijnlijk ook, toch buitengewoon interessant. Daarom alleen reeds zal men zich een bezoek aan de tentoonstelling allesbehalve beklagen.
      Een grootsch Den Haag der fantasie werkt prikkelend op het Den Haag der werkelijkheid. En mogelijk, dat toch uit deze fantasie gedachten resten, welke nog de Hagenaars van deze dagen in verwezenlijking zullen zien gaan.