Anoniem/Een nieuw stadion te Rotterdam?

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een nieuw stadion te Rotterdam?
Auteur(s) Anoniem
Datum Zaterdag 28 november 1931
Titel Een nieuw stadion te Rotterdam?
Krant Algemeen Handelsblad
Jg, nr 104, 34047
Editie, pg Avondblad, Tweede blad, 6
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

EEN NIEUW STADION TE ROTTERDAM?


Grootsche plannen van Feyenoord. – Een Stadion voor 60.000 of een voor 30.000 bezoekers.


DRIE PLANNEN.


      De terreinaccomodatie, waarover Feyenoord te Rotterdam thans de beschikking heeft, is beslist onvoldoende en de Rotterdamsche volksclub kan ’s Zondags bij een eenigszins belangrijken wedstrijd de voetballiefhebbers met geen mogelijkheid bergen.
      In verband daarmede en ook met het oog op het feit, dat Feyenoord voor haar talrijke elftallen te weinig oefenvelden bezit, heeft zij naar andere, ruimere, speelgelegenheid omgezien.


[Afbeelding: Bernard van Vlijmen. Portret van Jan Wils. 1928.]


JAN WILS,


Architect.


      Een dezer dagen nu heeft te Rotterdam een persconferentie plaats gehad, waarop de voorzitter van Feyenoord, de heer L. van Zandvliet, mededeelde, dat zijne vereeniging drie plannen aan B. en W. van Rotterdam ter goedkeuring had gezonden. De teekeningen hiervan zijn gemaakt door den bouwer van het Amsterdamsche Stadion, den heer J. Wils.


Plan A.


      Dit plan beoogt niet alleen Feyenoord, doch ook de stad Rotterdam en den staat een stadion te geven, dat 60 à 65.000 menschen zou ongeveer 300 m zuidelijker komen dan het tegenwoordige terrein;; het zou derhalve verrijzen op den hoek van den Charloisschen Lagedijk, naast de terreinen van de IJsclub het Zuiden. In overleg met den architect, den heer Wils, is een bouwrekening gemaakt. De opzet van dit stadion met oefenterreinen zou een bedrag van ƒ 1.350.000 vorderen, waarbij dan nog komen de kosten van den grond. ƒ 100.000 zou Feyenoord zelf kunnen fourneeren, en voorts zou het dan de bedoeling zijn een obligatieleening van ƒ 250.000 à 4 % uit te schrijven. Men wil dan ten slotte trachten het resteerende millioen bij groote instellingen onder te brengen, en de gemeente verzoeken daarvoor garant te blijven.
      Een weg, om de garantie van de gemeente te vermijden, heeft men gevonden in


Plan B


dat bescheidener van opzet is. Met dit stadion, dat op dezelfde plaats geprojecteerd is als plan A, en plaats zou bieden voor 25 à 30.000 personen, zou een bedrag van ƒ 350.000 gemoeid zijn, dat dan dus uit eigen middelen plus de hierboven omschreven obligatieleeningen zou kunnen worden bestreden. Men heeft bij het gemeentebestuur naar voren gebracht dat aan plan A natuurlijk de voorkeur wordt gegeven. Intusschen opent plan B de perspectieven om later plan A door te voeren. De benoodigde gronden zijn echter momenteel nog niet geheel en al het eigendom van de gemeente en het uitbreidingsplan Zuid zou door opstelling van het stadion ook eenigermate gewijzigd moeten worden. Feyenoord zou het terrein willen koopen of het tegen een behoorlijken huurprijs voor een groot aantal jaren ter beschikking willen hebben.


Plan C


is gedacht voor een terrein gelegen aan den Kreekweg in den Valkenoordschen polder. De firma Burgerhout is bereid dit terrein voor ƒ 15.000 per jaar te verhuren, doch de gemeente zou Feyenoord dan een concessie van 10 à 15 jaar moeten geven. Het daar gedachte stadion zou 30 à 35.000 toeschouwers kunnen bevatten. Dit stadion eischt eveneens 3½ ton, die Feyenoord op dezelfde zijze als bij plan B zou willen fourneeren.
      De grond van al deze terreinen zou ongeveer 7½ à 8 H.A. beslaan. Er zou, wat de plannen A en B betreft, een parkeerterrein komen dat plaats biedt voor 2500 auto’s en in plan C is op een autopark van 750 auto’s gerekend.
      Het ligt in de bedoeling, wat den bouw van het stadion betreft, vooral naar eenvoud te streven. Het aantal staanplaatsen zou zich tot het aantal zitplaatsen verhouden van 6–1.